begin over de auteur boeken vertalingen luisteren werkplaats tientjeslid links contact                 

De Freudiaanse verleiding (2)

Blad: Intermediair
Datum: 1996-12-27

Psychiater / psychoanalyticus te Rotterdam

Verstoord gevoelsleven ontgiften

‘Meteen na mijn studie medicijnen ben ik in analyse gegaan en ik had dat honderd procent nodig. Begin jaren zestig was dat. Door mijn eigen analyse ben ik psychoanalyticus geworden. Dat is de enige reden. Dat ik überhaupt durfde te leven kwam door die psychoanalyse.’
Tijdens zijn analyse zat Henk de Kinkelder (1933) in militaire dienst en was hij in opleiding als zenuwarts. Daarna is hij een eigen praktijk begonnen, tot 1973 naast zijn werk op de polikliniek van het Dijkzigt Ziekenhuis. Per dag doet hij zo’n acht analyses. De meeste patiënten betalen hun analyse zelf, ongeveer honderd gulden per uur. ‘Nee, ze zitten niet allemaal goed bij kas’, zegt hij. ‘Sommige mensen hebben er verrekt veel voor over.’
Al achtentwintig jaar werkt De Kinkelder in zijn praktijk aan huis. ‘Wat dat met me doet? Ik zou het nooit willen missen. In de analyses gebeurt niet alleen iets fundamenteels bij je patiënt maar ook bij jezelf. Ik word voortdurend met mijn eigen onbewuste geconfronteerd. Dat ervaar ik als heel positief voor mijn andere werk, de psychotherapieën.’
Het soort patiënten dat De Kinkelder behandelt, is in de loop der jaren sterk veranderd. ‘Aanvankelijk had ik vooral patiënten met neuroses, die ontstaan door stoornissen in de oedipale fase. Deels zijn die weggevangen door de IMP’s Instituten voor Multidisciplinaire Psychotherapie / PdB) en later de Riaggs. Geleidelijk kreeg ik steeds meer patiënten met narcistische of persoonlijkheidsproblematiek, die ontstaat door zeer vroege stoornissen. Tijdens mijn opleiding is daaraan nauwelijks aandacht besteed, omdat zulke patiënten als onbehandelbaar golden. Ze lijden onder veel onbewuste agressie en schaamte. Het zijn mensen die zich eigenlijk heel slecht voelen, met een genadeloze zelfkritiek en een zeer sterke onbewuste strafbehoefte. Die agressie, woede en schaamte komen er in de overdracht tussen patiënt en analyticus uit. Soms is al die woede voor mij heel uitputtend.’ Patiënten met zo’n vroege stoornis vergen veel geduld. Ze moeten zich eerst durven hechten aan hun behandelaar en als ze zich veilig genoeg voelen, kunnen ze hun verstoorde gevoelsleven pas ontgiften. ‘Soms sta je te kijken hoeveel gif mensen in zich hebben. Eén patiënt die ik in psychotherapie heb, een zeer intelligente organisatieadviseur, werpt me almaar voor de voeten dat ik haar alleen om het geld behandel. Onlangs heeft ze tweemaal achter elkaar vlak van te voren afgezegd. Laatst zat ze een uurlang met haar voet tegen een tafeltje te tikken. Toen kreeg ik die boosheid eindelijk een beetje te pakken. Ze schoot uit: “U woont in het verkeerde stuk van de stad, u gedraagt zich belachelijk, u heeft een verkeerde das aan, u ziet er niet uit en deze kamer is ook shit!” Toen ze uitgeraasd was, verzuchtte ze: “Hè, hè, eindelijk ben ik boos, maar wat heb ik eraan?” Maar aan het eind van de sessie zei ze: “Het gekke is dat ik nu al weet dat ik vannacht beter slaap.” Deze mevrouw is doodongelukkig. Ze is succesvol, maar kan er niet van genieten. Ze heeft een verschrikkelijke jeugd gehad. Haar ouders converseerden alleen maar met elkaar, ze hadden allebei topfuncties en spraken onafgebroken over hun successen. Met een analyse zou deze patiënt verder komen, maar dat durf ik niet eens voor te stellen. Het is een enorm ingrijpende behandeling, iemand moet er echt veel voor over hebben.’ Unverfroren Freudianen zijn tegenwoordig zo goed als uitgestorven. Ook De Kinkelder beschouwt zichzelf niet als een klassieke psychoanalyticus. Van Freuds theorieën is in de moderne psychoanalyse nog wel veel over, zegt hij, maar er zijn ook veel nieuwe inzichten ontwikkeld. ‘Juist van die vroege stoornissen had Freud geen kaas gegeten. Hij dacht dat behandeling daarvan niet haalbaar was. Maar de analyse van overdracht en van de weerstanden die daarin spelen, stamt rechtstreeks van Freud, en ook de tegenoverdracht: het voelen en analyseren van je eigen emoties ten opzichte van de patiënt. Al werd dat aanvankelijk als een hinderlijk verschijnsel gezien. En de analytische setting – dus de analysant liggend op de bank en de analyticus erachter – is een goede vondst.’ Vroeger waren neutraliteit, abstinentie en duiding dé instrumenten van de analyticus, maar dat is wezenlijk veranderd. ‘Die koude spiegel, die ogenschijnlijke objectiviteit, dat is cullaria. Ik heb me daar nooit aan gehouden, en ik denk eigenlijk niemand. Tegenwoordig is een analyticus, ook in de theorievorming, veel meer een betrokken mens. Zijn gevoel is zijn instrumentarium, daarom is tegenoverdracht erg belangrijk. Dat kan ook fout gaan, je kunt uit je analytische rol vallen en boos worden. Maar dat kun je bespreken, mijn ervaring is dat een analysant dat aanvaardt.’

Ondanks de nieuwe ontwikkelingen taant de belangstelling voor psychoanalyse enigszins. De Kinkelder maakt zich daar geen zorgen om. ‘Dat gaat altijd met golfbewegingen. Psychoanalyse is een belangrijke stroming, over de hele wereld zijn er psychoanalytische instituten, onze cultuur is van psychoanalyse doordesemd. Veel mensen die er nog nooit van hebben gehoord weten dondersgoed wat je met een verspreking bedoelt. Ik kan me niet voorstellen dat zo’n belangrijk gedachtegoed verdwijnt.’
Om zijn vertrouwen in de psychoanalyse te onderstrepen zegt hij: ‘Als een gedragstherapeut in moeilijkheden raakt, of zijn vrouw of kind, dan klopt hij vaak bij een psychoanalyticus aan. Dat vind ik altijd heel typisch. Ik heb ook veel psychiaters in analyse gehad, niet in leeranalyse maar voor zichzelf.’
De Kinkelder is ervan overtuigd dat mensen gelukkiger kunnen worden door psychoanalyse. ‘Ze krijgen beter contact met hun eigen gevoel, worden tevredener met wat ze hebben bereikt en raken verzoend met hun verleden dat hen getraumatiseerd heeft.’
In de loop der jaren heeft hij de behoefte om gelukkig te leven groter zien worden. ‘Als de materiële welstand toeneemt, denken mensen eerder: ik moet anders kunnen leven. Ook om zich heen horen ze dat het anders kan. Je kunt het uitdrukken in termen van groei: behandeling brengt gestagneerde emotionele groei weer op gang. Ik heb nooit meegemaakt dat mensen zomaar uit nieuwsgierigheid in therapie gaan. De meesten hebben al een lange weg afgelegd voordat ze bij een therapeut komen. Een van mijn analysanten, een ingenieur die zich overal dwangmatig uitkleedde om zichzelf op knobbeltjes te onderzoeken, kwam pas na vijftien verwijzingen bij mij terecht. Natuurlijk komt het voor dat mensen ten onrechte van behandeling naar behandeling gaan. Maar dat gebeurt in de somatische geneeskunde zeker niet minder. Het vreemde is dat mensen pas oog krijgen voor psychische nood als ze er zelf mee geconfronteerd zijn. Ik geloof helemaal niet dat we gebukt gaan onder de tirannie van de psychologie. Ik geloof dat we meer last hebben van de tirannie van het flink zijn.’

 

 
 

samenleving

Tiere sind wir, schlaue Tiere
Eineinhalb Jahre habe ich in diesem Jagdgebiet gelebt, allein mit der Landschaft, dem Wetter und den Wildtieren. Wie oft stand ich im Morgengrauen am Fenster, um mich dann abrupt vor den Bildschirm zu setzen, die niederländischen Zeitungen anzuklicken un   

Neue Zürcher Zeitung

 

literatuur

Erps-Kwerps, Pileken und Kuttekoven (D)
Anlässlich der Frankfurter Buchmesse publizierte die NZZ zwei Texte. Eine Feier des Flämischen von der niederländischen Pauline de Bok und Dies ist was wir teilen: Die Sprache! von der flämischen Diane Broeckhoven.   

Neue Zürcher Zeitung

 

multicultureel

Migrantendochters in het nauw
Chloor drinken, in polsen snijden, kalmeringsmiddelen slikken. Migrantendochters plegen vaker zelfmoord en doen meer pogingen daartoe dan anderen. `Ik voelde me zo ongelukkig en depressief, ik wilde niet meer leven. Toen ging ik de eerste keer krassen.´   

Vrij Nederland

 

dood

Berichten van een naderend einde
Hoe leven mensen in het aangezicht van de dood? `Niemandsland´ is het eerste verhaal uit mijn boek over het sterven en de dood van vijf mensen. Elk sterven is anders, elk doodgaan is alledaags én onbevattelijk.   

Uitgeverij L.J. Veen

 

Oost-Europa

Steden zonder geheugen nu als e-book
Nu ook verschenen als E-BOOK (uitgeverij Fosfor). Vertaalster Aai Prins en journalist en schrijver Pauline de Bok maakten een reis door de Oekraïne in het voetspoor van de joods-Russische schrijver Isaak Babel.   

Uitgeverij Fosfor

 

multicultureel

Het islamitische leven van imam Hamza Zeid Kailani
"De islam kent het begrip idjtihaad - dat betekent intellectuele inspanning -, die brengt beweging in het geloof. Andere imams vragen mij weleens: "Waar is je dzellaba?", "waar is je baard, waar je tulband?" Dan zeg ik: "Waar is je kameel?"´   

Uit&thuis

 

Duitsland

Huis met een verhaal
Wat is je huis? Je huis is In de eerste plaats een dak. Boven jouw hoofd, maar vaak ook boven dat van anderen. Eerdere bewoners, passanten, dieren die we meestal niet eens kennen. Soms, als je alleen bent, beginnen ze te spreken.   

Eigen Huis Magazine

 

dood

Leven met hiv
Acht seropositieve druggebruikers vertellen over hun leven, hun angsten, hun hoop en hun manieren om met aids om te gaan. Optimisme, woede, kracht en pessimisme wisselen elkaar af. Sommigen blijven gebruiken, anderen stoppen met drugs.   

Seropositief verder

 

begraafplaatsen

Syrisch-orthodoxe begraafplaats
Ik lees al die exotische geboorteplaatsen: Midyat, Kefre, Al Hasakah, Beiroet, Mizizah Köyu. Gestorven zijn ze in Oldenzaal, Berlijn, Britsum, Antwerpen, Rijssen, Malmö, Hoofddorp, Keulen, Emmen. En nu liggen ze hier in Twentse aarde.   

de Volkskrant

 

parken

Het geheime land van Joey van Kreel
Week in week uit werd er vergaderd, er werden maquettes gemaakt, de eerste fase was al uitgevoerd, en toen werd er een vat zoutzuur gevonden. `Een gifslang onder het gras.´ De bewoners vormden een `Gifkomitee´...   

de Volkskrant