begin over de auteur boeken vertalingen luisteren werkplaats tientjeslid links contact                 

Louis Zwiers (1)

Blad: ongepubliceerd
Datum: 2003-05-10

'Het is niet in orde aan de achterkant van het leven,' zei Louis Zwiers. Vanaf juni 1997 tot zijn dood ging ik elke week bij de Amsterdamse muzikant (26.8.1921 ­ 10.5.2003) op bezoek in het verpleeghuis Polderburen in Almere en was er getuige van hoe hij langzaam de greep op zijn leven verloor.

Tango in het ouwemannenhuis


'Hij zit op zijn kamer accordeon te spelen,' glundert de teamleidster als ze me binnenlaat. Naast het hoge bed van zijn vrouw zit hij. Louis Zwiers glimlacht als hij me ziet. Herkent hij mij al, na één bezoekje? Zijn vrouw slaapt, of houdt de buitenwereld buiten.
De accordeon zwabbert groot op zijn schoot, het zilvergrijze parelmoer schittert. 'De riemen zijn kapot,' zegt hij, 'mijn dochter heeft nieuwe gekocht.' Hij wijst naar de hoek, daar liggen ze. 'Daarom moet ik mijn kin erop houden. Zo.' Klein zit hij op de stoel, de ogen geloken, fronsend, genietend van de klank. Hij probeert zijn vingers op eigen houtje hun weg te laten vinden, zoals hij gewend was. Ze tasten in het wildeweg, zijn het patroon kwijt, dan krijgen ze een deuntje te pakken, 'een eigen compositie', licht en vrolijk. Links en rechts zitten knoppen. 'Zo zijn ze origineel,' vertelt hij. 'De grote knoppen zijn voor de toonsoort. Hoor, dit is een tango.' De voet van zijn vrouw beweegt lichtjes onder de dekens. Hij grijpt mis en houdt op. 'Ik kan niet eens een tango meer spelen. Verstoord kijkt hij naar zijn rechterhand. 'Het meeste last heb ik van zenuwen. Mijn handen trillen soms zo dat het bijna op Parkinson lijkt.'
Twee verzorgsters komen aangelopen: 'O, u speelt accordeon.' Dat hebben ze lang niet meer gehoord, wat geweldig, roepen ze. Hij gaat er ongemakkelijk van kijken.
Ik mag voelen hoe zwaar de Galanti is. 'Veertig kilo,' zegt hij, 'eerst wou ik hem wegdoen en een lichtere kopen, maar die klinkt niet zo mooi en daarop spelen lukt misschien ook niet meer. Vlak na de oorlog heb ik hem gekocht, bij Timmermans op de Bilderdijkstraat, die is er niet meer, die is failliet. Hij kostte toen een kapitaal, 1.600 gulden. Ik heb het geld van mijn vader geleend.' Hij probeert de accordeon in de koffer te leggen, dwars. Hij probeert het opnieuw, weer dwars. Mijn hulp wimpelt hij af. Bijna vijftig jaar heeft hij dat moeiteloos gedaan, die accordeon in- en uitpakken. Uiteindelijk geef ik het instrument snel een draai en het zakt in het fluweel. We gaan naar buiten. 'Ik sta de hele dag tot je beschikking,' zegt hij opgewekt. Hij vergeet zijn vrouw goedendag te zeggen. 'Ze is zo van karakter veranderd door haar ziekte,' zegt hij. 'Dat is moeilijk. Ze heeft veel slechte dagen, dan ligt ze maar op bed.'
Buiten ademt hij diep in. 'Lekker weer is het.' Het waait, het is bewolkt en fris, maar het is buiten.
Met twee andere muzikanten vormde hij Les Etoiles, vertelt hij, eind jaren veertig verzorgden ze de begeleiding bij cabaret Louis Seize in de Reguliersdwarsstraat. Hij speelde accordeon, contrabas en gitaar. 'Ik heb ook op het Rembrandtplein gewerkt en voor Henk Elsink, dat was ook heel goed.' Ineens stokt zijn verhaal. 'En nu zit ik in het ouwemannenhuis.' Hij kijkt onthutst.
We lopen door de nieuwbouwstraten van Almere. Zeventien jaar wonen ze hier. 'Mijn vrouw kan zich er niet bij neerleggen dat we niet meer in Amsterdam wonen, maar ik heb in Almere Haven een mooie tijd gehad. Je laat dáár wat, je vindt hier wat. Ik heb hier nog een tijdje een leuk orkestje gehad, maar dat is verwaterd. Ik speel al een jaar of zes niet meer.'
Hij wijst op een gebouw in de verte. 'Wat is dat voor flat?'
'Het hoofdgebouw van Polderburen,' antwoord ik. 'Daarboven is de kamer van dokter Houweling.'
'Ik dacht dat hij in Haarlem woonde,' zegt hij en verlaat zich maar weer op mij. 'Ik heb die handicap, dat is wel eens lastig, maar ik merk er eigenlijk niet zo veel van. Soms weet ik ineens iets niet meer. En 's nachts heb ik allerlei beelden. Vannacht ben ik weer de hele nacht beziggeweest. De secretaire in de kamer ging bewegen, mijn vrouw en dochter liepen rond. Het is heel naar. Ik weet dat het dromen zijn, ik ben tamelijk nuchter, maar de beelden zijn zo echt, echter dan de werkelijkheid.'
We staan voor de voordeur van zijn huisje, op de muur zijn goudkleurige naambordjes van de twaalf bewoners geschroefd. In de huiskamer zit zijn vrouw in de rolstoel. De pers op tafel is weggeklapt.
'Nee,' gilt ze. 'Nee, nee.' Ze hangt achterover en hij pakt haar hoofd met beide handen vast.
'Rustig nou maar.' Hij schuift zijn stoel dichtbij. Ze klemt zich aan zijn mouw vast, trekt hem naar zich toe en roept: 'Nee, nee.'
Hij kan de kracht nauwelijks weerstaan, raakt bijna in paniek: 'Loslaten, laat los.' Hij probeert zich van haar greep te bevrijden.
'Niet loslaten,' gilt ze en klauwt zich vaster. Hij weet niet wat hij ermee aan moet, geneert zich. Ik ga maar.
'Dag mevrouw,' groet ik haar.
'Dag mevrouw,' antwoordt ze. Met keurige, heldere stem

 
 

Duitsland

Georg Büchner soll seine Jugend zurückhaben
»Es fasste ihm eine namenlose Angst in diesem Nichts: er war im Leeren!« Der Roman Lenz von dem 22-Jährigen Georg Büchner (1813-1837) ist eine moderne Geschichte über Wahnsinn, neunzehn Jahre vor Freuds Geburt. Über Lenz und seine Reze   

Universiteit van Amsterdam

 

begraafplaatsen

Het eerste graf
De graven zijn kleurrijk en gevarieerd: een teddybeer, een tulp, vier azen met als opschrift: `Buiten haar familie om was bridgen haar lust en haar leven´. Een bronzen Christus hangt aan het kruis onder een afdakje, tegen de voet staat een vakantiekiekje   

de Volkskrant

 

jacht

Ich schiesse Wildschweine, um sie zu essen
Ich esse meine Beute. Denn ich habe das Tier nicht einfach nur so getötet, aus Spass oder als Sport oder Hobby. Die Wörter passen nicht zu dem, was ich mache. Jagen ist ein Teil der Essenszubereitung. Und essen ist auch ein Ereignis, eine Geschichte, ei   

Neue Zürcher Zeitung

 

Oost-Europa

Het huis van Boelgakov
In Kiev staat het ouderlijk huis van Michail Boelgakov. Huisnummer 13. Dat past uitstekend bij de wrangvrolijke dubbele bodems in het werk van de schrijver. Met vertaalster Aai Prins waan ik me in de roman De Witte Garde.   

de Volkskrant

 

Duitsland

Blind van hart
Een moeder die haar kind verlaat, het loodzware Duitse verleden - alles blijft doorwerken. Julia Franck (1970) won de Deutsche Buchpreis voor haar roman over de overerving van het (nood)lot. Die Mittagsfrau nu vertaald als De middagvrouw.   

Vrij Nederland

 

beeldende kunst

De beleidsmachine
Wat staat dáár nu weer? De Gelderse eenprocentsregeling voor infrastructuur bestaat 25 jaar. Het boek Kunstwerken & Kunstwerken zoomt in op artistieke en civieltechnische kunstwerken. Hieronder: 'De beleidsmachine'.   

Kunstwerken & Kunstwerken

 

begraafplaatsen

Syrisch-orthodoxe begraafplaats
Ik lees al die exotische geboorteplaatsen: Midyat, Kefre, Al Hasakah, Beiroet, Mizizah Köyu. Gestorven zijn ze in Oldenzaal, Berlijn, Britsum, Antwerpen, Rijssen, Malmö, Hoofddorp, Keulen, Emmen. En nu liggen ze hier in Twentse aarde.   

de Volkskrant

 

Duitsland

`Het laatste gat voor de hel´
Hoe verliep de Wende op het Oost-Duitse platteland, ver van Berlijn en de wereldpolitiek? Versalg uit Fürstenwerder, een dorp in de Uckermark, dat begin 1990 volledig op z'n kop stond. 'Marktfähig worden we nooit.'   

Maandblad O

 

Oost-Europa

Kaliningrad
In al zijn bruutheid is het Huis van de Sovjets een aangrijpend gedenkteken. Onbedoeld onthult het in één ferme klap dat Kaliningrad een Russische stad is. Het is net of Andrej Platonovs boek De bouwput van 1930 hier verder is gegaan.   

de Volkskrant

 

Duitsland

Lulu, Meisterin der Dekonstruktion
Lulu von Frank Wedekind (1864-1918) wird immer noch in den Theatern gespielt. Sie entzieht sich jeder Festlegung. Lulu: unschuldige Kind-Frau, Femme fatale, Rebellin, Pierrot, polyandrische Frau, Zwitterwesen, Nymphomanin...   

Universiteit van Amsterdam