begin over de auteur boeken vertalingen luisteren werkplaats tientjeslid links contact                 

Luisteren naar je lichaam

Blad: de Volkskrant
Datum: 2000-09-30

Gezondheid blijft ons zwakke punt. Altijd waakzaam. Voelen we iets? Is dit pijntje voorbode van een ernstige ziekte? We leggen onze ziel en zaligheid in handen van de dokter of de specialist. Maar weten zij zoveel meer dan wij?

Het blijft tobben met onze gezondheid. We zijn voortdurend waakzaam: letten op signalen of proberen ze juist te negeren. Als we het aantal uren zouden optellen dat wij ons zorgen maken, zouden we waarschijnlijk steil achterover slaan. In ons diepste wezen schuilt een hypochonder, een angsthaas. En hoe zou het ook anders kunnen, want eens zullen we er aan moeten geloven, eens worden we krakkemikkig of ziek, eens gaan we dood. Maar wanneer? En wat zijn de voorbodes? Ook ernstige en fatale ziektes beginnen met kleine symptomen. Hoe serieus moeten we die nemen? Die vragen maken ieder van ons in de kern onzeker en kwetsbaar.
Steeds meer mensen propageren nu een oplossing te hebben gevonden voor die basale onzekerheid over hun gezondheid: luisteren naar je lichaam. Als een duveltje komt het advies uit een doosje, overal om me heen hoor ik het. Ik stel het me even voor, daar zijn we dus allemaal mee bezig, op verloren momenten, tijdens een vergadering, op de fiets, in de file, in bed, op de bank of onder het hardlopen, telkens leggen we ons oor bij ons eigen lichaam te luisteren.
Maar wat horen we dan? Ik heb het laatst eens systematisch geprobeerd en ik werd er niet vrolijk van. Ik luisterde goed en was op sterven na dood: pijn in m´n linkerzij, in m´n rechterzij, in m´n hartstreek, in m´n bekken, in m´n gewrichten, pijn in m´n borsten, aan m´n oogbollen, in m´n kop en aan m´n voetzolen. Elk lichaamsdeel, elke plek waar ik een orgaan vermoed, speelde de laatste tijd wel eens op. Als ik naar mijn lichaam zou luisteren, zit ik elke week bij de dokter. Beter word ik daar niet van. Integendeel. Mijn neiging tot hypochondrie zou welig tieren, ik zou bezeten raken en het zou bergafwaarts met me gaan.
Het advies `luisteren naar je eigen lichaam´ is onzinnig. Want wie luistert er dan eigenlijk? De eigenaar van het lichaam, het subject, ik. Maar wat is dat precies? Mijn geest? En waar zetelt die? In mijn hersenen? Maar wordt vanuit mijn hersenen ook mijn lichaam niet bestuurd?
Nee, er is geen onafhankelijke instantie in mij die zich objectief over mijn lichaam kan buigen. Ik ben geen vrije onstoffelijke geest die in het bezit is van een lichaam dat allerlei sensaties heeft. Ik ben lichaam, ik ben geest, in één onontwarbare kluwen. En mijn gezondheid is geen louter lichamelijke aangelegenheid. Mijn gezondheid, dat ben ik. Van top tot teen, met huid en haar, van het zwaarste stofje dat in me is tot de ijlste energie of trilling. Wie dit als softe kletspraat terzijde schuift, is een ouderwetse diehard. Hersenonderzoek wijst namelijk al langer in die richting: het is niet zo dat we met ons verstand denken, met onze geest dingen herinneren en dat we met ons lichaam voelen en ervaren. Het is oneindig veel ingewikkelder. Elke beweging in ons lichaam beïnvloedt onze geest en omgekeerd. Meestal is niet eens duidelijk wat oorzaak is en wat gevolg.Misschien is de tweedeling in lichaam en geest wel het hardnekkigste dualisme waarmee wij westerlingen behept zijn. Bijna elke poging eraan te ontkomen strandt, omdat het is ingesleten in onze taal, in onze begrippen, in de manier waarop wij naar de wereld kijken. Maar daarmee is het nog geen werkelijkheid. Het is een achterhaald model. En voor ons begrip van gezondheid is het ronduit rampzalig.
Als we `luisteren naar ons lichaam´ resoneert alles wat we zijn mee, ook onze persoonlijke geschiedenis, onze verwachtingen, angsten. Maar wat gebeurt er als een arts naar ons lichaam luistert, met stethoscoop  - om bij het luisteren te blijven - en met allerlei onderzoek? Hij vindt een fysiologische oorzaak voor de klacht, of niet. Dat is alles. Als hij niets vindt is dat vaak een bron van misverstanden en onenigheid. De patiënt blijft overtuigd van een lichamelijke oorzaak van zijn klacht, de dokter denkt dat het psychisch is. En allebei dwalen ze: de patiënt in het denkbeeld dat een lichamelijke oorzaak werkelijker is; de dokter in de opvatting dat als hij niets vindt het dus niets kan zijn. Strikt genomen kan hij hooguit zeggen: ik weet het niet.
Feit is dat huisartsen slechts bij dertig procent van de mensen die met klachten bij hen komen lichamelijke afwijkingen vinden. Daar zouden ze beter opener over kunnen zijn. Dan zouden ze ook patiënten niet gevangen houden in het primaat van het biomedische model. Dan zouden ze een reëler beeld schetsen van hun werkterrein: ze zijn er niet om ons gezond te maken, ze kunnen alleen soms fysiologisch te traceren ziekten genezen, en vaker kunnen ze klachten en kwaaltjes verhelpen. Maar nog veel vaker niet.
Natuurlijk, de medische wetenschap gaat vooruit, hoewel de laatste tijd niet meer zo hard en spectaculair. Nieuw ontdekte ziekten en nieuw ontdekte oorzaken van oude ziekten dienen zich aan en ze blijken steeds dieper in het menselijk wezen verstopt, in ons immuunsysteem, in ons zenuwstelsel, in onze genen. Te genezen zijn ze meestal niet, alleen te verzachten en vertragen. We ontdekken dat ze verweven zijn met onze geest. Dachten we dat we er al bijna waren? Niks ervan. Het is alsof we onze hoogmoed ingewreven krijgen. Keer op keer wordt ons dualisme gelogenstraft.
In de jaren twintig beschouwden medici mensen met multiple sclerose als geestesziek. Nu doen velen dat -in iets voorzichtiger bewoordingen weliswaar - met het chronisch vermoeidheidssyndroom, met whiplash en met allerlei onverklaarbare ziekten en onduidelijke ziektebeelden, ook wel samengevat onder de term `modeziekten´. Maar daarmee overspelen ze hun hand. Want hoe weten zij nu of er niets aan de hand is? Onze kennis is zeer beperkt en niemand weet, wat we allemaal niet weten. Daarvan hebben we nu juist geen idee en dat is principieel zo. Wie weet wat voor nieuwe terrreinen, vergezichten en dimensies zich in de toekomst nog ontsluiten. Dat is altijd zo gegaan.Medici hebben dus maar een beperkt oor om naar ons lichaam te luisteren. En alternatieve genezers, hebben die betere oren? Dat denken ze wel, ze zijn het tot nu toewaarschijnlijk van harte met me eens: de mens is een geheel, lichaam en geest horen bijeen, dat beweren zij ook altijd. Zij zullen nooit zeggen dat het niets is als er geen lichamelijk mankement te vinden is. Dat lijkt edel, maar ook de alternatieven vergalloperen zich. Probleem is namelijk dat zij veel te veel menen te horen, zij zien overal verbanden, betekenis en zin, soms zelfs tot in vorige levens toe. Op basis van oppervlakkige overeenkomsten of vergezochte analogieën. Wie keelklachten heeft, lijdt al gauw aan verstopte creativiteit, en mogelijke oorzaken van tumoren vinden ze gemakkelijk terug in iemands levensloop. Bewijzen ontbreken, maar het klinkt fraai en bevredigt onze diepgewortelde behoefte aan symboliek en betekenis. Dus geloven we hun geneeskunstige ideologie. We worden bekeerlingen, gaan de zin van ons ziek zijn inzien, of we worden zelfs dankbaar dat deze ziekte op ons pad is gekomen. Maar beter worden we niet. En mochten we toch beter worden, dan is het maar zeer de vraag wat daarvan de oorzaak is. Ergens tussen lichaam en geest ligt het antwoord, maar doorgaans weet niemand waar. Ook alternatieve genezers niet.
Holisme lijkt reëler dan dualisme: de mens is lichaam en geest - en ziel en levensloop en vorig leven voor mijn part - maar dat betekent nog niet dat we weten hoe we in elkaar steken. Integendeel, dat is juist het grootste probleem: hoe die eindeloos vele factoren die een mens uitmaken, en die we maar zeer gebrekkig kennen, op elkaar inwerken. En als we dat al ooit helemaal zullen doorgronden- wat mij sterk lijkt - dan zijn we nog geen stap verder met de vraag wat de betekenis en zin van dit alles is.
Het dualisme van lichaam en geest vormt een krakkemikkig model van de mens. Zelfs Descartes zat er al mee in zijn maag, hij kwam met de verlegenheidsoplossing van de pijnappelklier: daar zouden de twee elkaar raken. Maar dat loste natuurlijk niets op. Hij sloot het probleem alleen maar op in een klier. Vier eeuwen later kampen we er nog steeds mee. Het wordt tijd dat het dualisme op de helling gaat, tijd voor een frisse kijk op de mens. Want pas als we onszelf als een geheel zien en niet als een wezen dat is opgesplitst in een lichaam en een geest, doen we onszelf recht.
Pas dan krijgen we ook een reëlere kijk op onze gezondheid, omdat we pas dan inzien dat onze gezondheid niet ons lichaam is, en dat we ons lichaam niet naar believen met onze geest kunnen besturen. Misschien komen we er dan ook toe onze ziel en zaligheid niet meer in handen van reguliere medici en andere genezers te leggen. We zijn nu eenmaal alleen met onszelf, met die kluwen van lichaam en geest, niemand kan de verantwoordelijkheid van ons overnemen. Anderen kunnen alleen maar wat aan ons sleutelen. Chemotherapie of niet? De dokter kan advies geven, een tweede dokter, een derde, maar uiteindelijk is de beslissing aan die ene mens die zijn leven bedreigd weet door de kanker. Uiteindelijk is iedere mens aan zijn lot overgelaten. Letterlijk. Het is een gotspe te denken dat ziekten er niet zouden mogen zijn, dat ze onrechtvaardig zijn of dat ze er zijn opdat wij er iets van kunnen leren. Ze zijn er, zomaar, om niet, omdat ze bij het leven horen, omdat we vergankelijk zijn, omdat we ergens aan doodgaan. Hoe en wanneer dat moment komt, daarop hebben al die uren angsthaastig naar ons lichaam luisteren nauwelijks invloed.

 

 
 

bossen

Leopardtanks en zandhagedissen
De oppers zijn allebei in Bosnië geweest, hun hoef je niets meer te vertellen. In de verte komt over de tankbaan een colonne van twaalf YPR´s aan, pantserrupsvoertuigen van de infanterie. Spooren haalt lichtjes zijn neus op en mompelt: `Rolschaatsen.´   

de Volkskrant

 

samenleving

Tiere sind wir, schlaue Tiere
Eineinhalb Jahre habe ich in diesem Jagdgebiet gelebt, allein mit der Landschaft, dem Wetter und den Wildtieren. Wie oft stand ich im Morgengrauen am Fenster, um mich dann abrupt vor den Bildschirm zu setzen, die niederländischen Zeitungen anzuklicken un   

Neue Zürcher Zeitung

 

dood

Rituele dans rond het sterfbed
Het lijkt wel of we onze vergankelijkheid steeds minder voor lief nemen. De dood is een bedrijfsongeval. Het had eigenlijk niet mogen gebeuren. We vinden het al snel onrechtvaardig als iemand sterft. We gaan gebukt onder de vraag: waarom hij?   

de Volkskrant

 

divers

Het enneagram en het maakbare zelf
Het enneagram is een geliefd instrument voor de aanhangers van het Maakbare Zelf. Ook in het bedrijfsleven rukt het op. Het biedt voor elk wat wils, de mensheid overzichtelijk opgedeeld in negen typetjes. Een kritische verkenning.   

Intermediair

 

parken

Tweedehands park
Het avontuurlijkste park van stadsdeel Leidsche Rijn moest het worden. `Je moet ervoor zorgen dat in een nieuwbouwwijk niet alles veilig is, dat wordt zo saai, dat is vreselijk.´ Maar dat mislukte, de bewoners willen een normaal park voor hun deur.   

de Volkskrant

 

polders

Brakwaternatuur
Een dichte zwerm grote vogels. In een bocht scheren ze naar zee, als een vliegend zwart tapijt. En verderop nog een zwerm, en nog een. Hoeveel vogels verjaag ik? Het moeten er duizenden zijn, de eenzame fietser is machtig.   

de Volkskrant

 

Oost-Europa

Wachten, wachten, wachten
Tien uur schatte de Litouwse douanier die de rij langsliep en klein grauw briefjes met kentekens en volgnummers uitreikte. Drie dagen zei een man in de file. We gokten op de douanier en besloten te wachten.   

Trouw

 

Duitsland

Laudatio zum Annalise-Wagner-Preis 2010
Am 26. Juni 2010 hielt Axel Kahrs in Wittenhagen (Mecklenburg-Strelitz) seine Laudatio auf >Blankow oder Das Verlangen nach Heimat< anlässlich der Auszeichnung der Autorin Pauline de Bok mit dem Annalise-Wagner-Preis.   

Blankow

 

landschap en openbare ruimte

Het land van Lely
'Mooie titel, maar wie is Lely?' vroegen nogal wat mensen die over het manuscript hoorden. Moest de titel er maar aan geloven? Nee, het maakte duidelijk dat het tijd was voor een eerbetoon aan de man die Nederland zijn aanzien gaf - met 103 reisstukken.   

Uitgeverij 521

 

Oost-Europa

Van Brody naar Berestetsjko
Herinnert ze zich nog iets van de Pools-Russische veldtocht, van de mannen van Boedjonny? 'Wie? wie?' kraakt haar stem gretig. Ze houdt haar hand als een schelp tegen haar oor. Andrej schreeuwt de vraag in het Oekraïens, de dochter herhaalt het nog eens.   

Steden zonder geheugen