begin over de auteur boeken vertalingen luisteren werkplaats tientjeslid links contact                 

Het eerste graf

Blad: de Volkskrant
Datum: 1999-09-18

Begraafplaats Almere-Stad

Oud horen ze te zijn, begraafplaatsen, zodat we de opeenvolging van generaties voelen. De tijd hoort er eeuwige tijd te zijn, die neigt naar tijdloosheid. Toch heeft elke begraafplaats een geboortedatum. Eens is er het eerste stoffelijk overschot begraven.

Op de vraag of hij zich die eerste begrafenis in Almere-Stad nog herinnert, zegt beheerder John van der Lit: ‘Helaas wel. Het was een politieman, september 1997 was het. De begraafplaats in Almere-Haven raakte vol, en de gemeente besliste in enen dat alleen nog inwoners van Haven daar begraven mochten worden. Inmiddels is dat teruggedraaid. Maar goed, die politieman woonde in Stad. Het terrein voor deze begraafplaats was al aangelegd, maar het was nog één ruige bende, een wandelgebied en hondenuitlaatplek. Mensen stonden vreemd te kijken toen er ineens een graf lag. Een schande vonden ze het, er verschenen hele stukken in de krant. Toen heeft de gemeente er gauw hekjes voorgezet en verbodsborden voor honden.’ Inmiddels liggen er zo’n honderd mensen begraven.
Op de ringweg rond Almere-Stad staat de algemene begraafplaats al aangegeven. Ze ligt aan de rand van de Kruidenwijk. Je ziet een ruime parkeerplaats met kastanjes, een modern wachthuisje van hout en glas en daarachter terpen van zo’n anderhalve meter hoog omheind door bosschages. Ertussendoor loopt een jonge kaarsrechte lindenlaan. Later, ergens in de eenentwintigste eeuw, zal dat een statige laan zijn, de kruinen zullen elkaar raken, de begrafenisstoet zal door een groene poort gaan. Dan is alles zoals het hoort. Aan het eind van de laan is een crematorium gepland.
De vroegere Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders heeft de drie rechthoekige terpen al opgeworpen toen Flevoland werd aangelegd. Want de doden kunnen hier niet zomaar in de grond gestopt worden, dan zouden ze in het water komen te liggen. De zandophogingen moeten minstens twee jaar inklinken. Vandaar dat nu in Almere-Buiten al voorbereidingen worden getroffen voor een derde begraafplaats. Maar ook na inklinking blijft het maar slappe bodem. In Almere-Haven zijn sommige zerken al zo scheefgezakt dat je je op een oude joodse begraafplaats waant, terwijl ze er pas vanaf oktober 1977 staan. ‘Het blijft polder, je zit toch op de zeebodem,’ beaamt Van der Lit. ‘Monumenten verzakken, zeker als de kist gaat doorrotten.’ In Almeres jongste jaren kende de stad weinig begrafenissen. De meeste inwoners wilden na hun dood terug naar Amsterdam. Geleidelijk is dat veranderd. Nu wonen opa’s en oma’s, kinderen en kleinkinderen in Almere en is de binding met de stad gegroeid. Ook wordt de bevolking ouder, al is de gemiddelde leeftijd van de overledenen met zevenenvijftig jaar nog steeds veel lager dan elders.  John van der Lit is sinds de privatisering van de Almeerse begraafplaatsen begin 1999 de enige werknemer van Flevo Uitvaartzorg. Twee uitvaartverenigingen voeren de directie. ‘Ik moest kiezen,’ zegt hij, ‘meegaan of ontslagen worden. Aangezien het werk fantastisch mooi is – dat klinkt misschien raar – hoefde ik er niet over na te denken.’ Hij komt oorspronkelijk van de afdeling Groenvoorziening, maar hij is geknipt voor dit werk, alleen al uiterlijk: een magere, bijna kale man met een scherp maar uiterst vriendelijk gezicht dat zich welwillend naar je toe nijgt als hij met je praat.

We lopen de grootste terp op, bestemd voor huurgraven en urnengraven. Een paar rechte rijen liggen aan de rand van het veld. De graven zijn kleurrijk en gevarieerd: een teddybeer, een tulp, vier azen met als opschrift: ‘Buiten haar familie om was bridgen haar lust en haar leven’, de gelukskaarten zijn overwoekerd door onkruid. Een bronzen Christus hangt aan het kruis onder een afdakje, tegen de voet staat een vakantiekiekje: Jaap Vlug op ski’s met zijn vrouw, op de dag van zijn dood, negentien dagen voor zijn zestigste verjaardag.
Links van de lindenlaan ligt de terp met kindergraven en algemene graven, die twee doden per graf bergen. Dat is weinig, gebruikelijk is drie. ‘Het grondwater zit hier te hoog,’ verklaart Van der Lit, ‘en daarmee moet je rekening houden met je vertering.’
De twee rijen algemene graven ogen rommelig, piekfijn verzorgde graven liggen naast kale plekken met onkruid. ‘Er liggen hier ook gevallen tussen die door de sociale dienst zijn betaald,’ zegt Van der Lit. Ik tel ruim tien graven zonder steen, zonder naam of beplanting. Ook dat hoort bij een nieuwe stad: ontwortelde mensen. Op één graf verzachten een paar verdwaalde gele viooltjes de anonimiteit.De derde terp is de kleinste, daar ligt nog niemand begraven, konijnen hebben er vrij spel. Het is de joodse kamer. Als kerkelijke genootschappen een eigen begraafplek aanvragen, kan de gemeente dat niet weigeren. Een islamitisch deel is er niet, al liggen er verschillende moslims in Almere-Stad begraven. ‘Ik heb nooit gemerkt dat men om die reden uitwijkt naar elders,’ zegt Van der Lit als we voor het graf van de Bosnische Fatima Haurdic staan. ‘Meestal zetten ze de kist schuin op de kuil, in de goeie richting, zeggen een gebed en laten dan de kist gewoon zakken.’ Het gedenkteken van Fatima is een houten plank met haar naam en data erop. ‘Men houdt het sober,’ knikt Van der Lit. Wel staan er verse rozen op Fatima’s graf.

Nog steeds vinden de meeste Almeerders de begraafplaats in Almere-Haven veel mooier. Maar al is de begraafplaats van Stad gewoontjes en zal ze dat door de jaren heen ook blijven, Almeerders beginnen zich ermee te verzoenen. ‘Sommige mensen hebben hier zelfs al een plekje gereserveerd, ook jonge mensen,’ vertelt Van der Lit. Veel van zijn collega’s moeten nog wel even slikken, ‘omdat het niet zo steriel is als bij hen. Wij laten de families hun eigen creativiteit. Dat past bij de mentaliteit van de mensen hier, het zijn Amsterdammers, het gaat wat jovialer. Richting Emmeloord zijn meer boeren, daar gaat het wat strakker in lijn, die zitten meer aan tradities gebonden.’ Toch gaat Flevo Uitvaartzorg wel enkele regels opstellen. ‘Laatst hadden mensen vijf populieren op een graf gezet. Ik heb ze aangewezen hoe groot die worden en toen hebben ze ze weggehaald. Ook met coniferen heb je dat. Dan zien mensen zo’n leuk klein boompje in een pot bij de bloemkweker en zijn verkocht. Maar zo’n conifeer wordt veel te groot en ruig.’

 
 

landschap en openbare ruimte

Het land van Lely
'Mooie titel, maar wie is Lely?' vroegen nogal wat mensen die over het manuscript hoorden. Moest de titel er maar aan geloven? Nee, het maakte duidelijk dat het tijd was voor een eerbetoon aan de man die Nederland zijn aanzien gaf - met 103 reisstukken.   

Uitgeverij 521

 

Duitsland

Die letzten Zeitzeugen eines vergangenen Landes
Wie verarbeiten Autoren der jüngsten DDR-Generation ihre verschwundene Heimat in ihren Büchern? Und was sagt das über das autobiografische und das kollektive Gedächtnis aus? Vorwort und Einleitung meiner Bachelor-Arbeit Germanistik.   

Universiteit van Amsterdam

 

jacht

Jagen met droge ogen
Mijn eerste everzwijn heb ik geschoten met droge ogen. Sterker nog, ik was vervuld van een geluksgevoel dat ik niet kende. [...] en al snel kreeg het gezelschap van het besef dat ik definitief een grens had overschreden...   

de Volkskrant

 

Duitsland

Das dritte Leben von 'Blankow'
Dankwort zur Verleihung des Annalise-Wagner-Preises 2010. Über den Empfang 'Blankows' in Deutschland und über das gesamtdeutsche Gedächtnis, in dem die DDR zur bloßen Füßnote zu werden droht.   

Blankow

 

bossen

Voorbij de tijd
Een bos mag best een sprookje zijn, maar je moet er ook kunnen griezelen. En dat kun je natuurlijk het beste in het donker. Ik loop over een pad met de naam Pas-op-weg, die vroeger berucht was om zijn struikrovers, en zie geen hand voor ogen.   

de Volkskrant

 

landschap en openbare ruimte

De Blauwe Stad
In de zomer stond er nog een tentenkamp van de Verenigde Communistische Partij in het weiland, als een stuiptrekking van de Koude Oorlog. `Blauwe Stad, zwarte gat´. Die geluiden zijn overstemd door de marketingmythen van de Blauwe Stadjers.   

de Volkskrant

 

Oost-Europa

Minsk: wonderlijk over the top
Geen billboards, geen hippe winkelpuien, zelfs de tand des tijds lijkt geen vat te hebben op Minsk. In de laatste dictatuur van Europa lijkt geen vuiltje aan de lucht. Nergens zijn de vrouwen zo kortgerokt en de wodka vloeit rijkelijk.   

de Volkskrant

 

vertalen

Der Kummer von Waltraud Huesmert
Vertaalster Waltraud Hüsmert won afgelopen januari de Else Ottenprijs 2008 voor haar Duitse hervertaling van Hugo Claus' magnum opus Het verdriet van België. Wederom gelauwerd, maar nog steeds schandelijk onderbetaald.   

www.boekvertalers.nl

 

Duitsland

Annalise-Wagner-Preis 2010 an
Die niederländische Autorin Pauline de Bok erhält den "Annalise-Wagner-Preis 2010" für ihren dokumentarischen Roman &bd   

Blankow

 

Duitsland

Blankow of het verlangen naar Heimat
Op een boerderij in het lege noordoosten van Duitsland strijkt een vrouw uit Amsterdam neer, alleen met een hond, uit verlangen naar een kaler bestaan. Al snel gaat ze op zoek naar de kinderen van vroeger, die opgroeiden in het Derde Rijk en de DDR.   

Uitgeverij L.J. Veen