begin over de auteur boeken vertalingen luisteren werkplaats tientjeslid links contact                 

Jagen met droge ogen

Blad: de Volkskrant
Datum: 2013-04-02
Beeld: Pauline de Bok

> deutsche Übersetzung

Ik ben een ‘plezierjager’. Een maand geleden heb ik mijn eerste everzwijn geschoten. Met droge ogen. Sterker nog, ik was vervuld van een geluksgevoel dat ik niet kende. Hij had een schreeuw gegeven, één sprong gemaakt. Bij het licht van de maan was ik naar hem toe gelopen, zag de eerste rode druppels in de sneeuw, dacht, raak, raak, helder bloed, góéd raak, en zag hem liggen. Morsdood, godzijdank, hij was meteen dood geweest. Bij het ontweiden bleek dat ik hem recht door zijn hart had geschoten. Hij was nog geen jaar oud.

‘Ach, wat een hummeltje,’ zei de beroepsjager die me vergezelde. Maar hummeltjes doden vinden beroepsjagers goed, het is het meest rationele, everzwijnen vermeerderen zich met driehonderd procent per jaar. Dus voor ze een plaag worden voor veld en bos, voor ze zelf als plaag door epidemieën worden geveld en op die manier ellendig aan hun eind komen… Maar daar gaat het me nu niet om, anderen zijn veel meer thuis in die argumenten.
Ik heb het hummeltje als vlees mee naar Amsterdam genomen. Bouten, rug, lever en zelfs het hart. Ik heb vrienden uitgenodigd en een feestmaal bereid. ‘Ach,’ zei het slagersmeisje, tegen een van mijn gasten, toen ze hoorde dat hij een everzwijntje ging eten, geschoten door een kersverse jaagster. ‘Echt? Wat zielig!’ Eigenlijk vind ik dat alleen vegetariërs dat kunnen zeggen. En ik weet iets nog veel zieligers: hummeltjes die nooit aan de tepel hebben gehangen, die nooit het zonlicht hebben gevoeld, of met hun snuit naar wortels of engerlingen hebben gewroet, of die nooit hebben leren lopen omdat hun vlees zo snel groeide dat hun botten het niet bij konden benen. Die hummeltjes die het gros van de mensen dagelijks eet dus. Die nooit naar hun natuur hebben mogen leven. Maar ook daar gaat het me nu even niet om, hoe pervers dat is, weet iedereen diep in zijn hart best.

Dat geluk dat ik voelde heeft me verbaasd, en al snel kreeg het gezelschap van het besef dat ik definitief een grens had overschreden: van een mens, die geen vlieg kwaad doet – het hedendaagse ideaal –, naar een mens die over het leven van een dier beschikt, heel individueel, ik dood dat dier, dat ene. Dat is een ernstig gevoel. Meer dan de helft van mijn leven heb ik me zonder voorbehoud solidair gevoeld met de zwakkeren op deze aarde. Nu kan ik dat in de ogen van de meeste medemensen niet meer staande houden, want ik ben jager. En het is alsof ik nooit anders ben geweest.
Wij mensen doden dieren en daar lijkt me – met mate – niets op tegen, het is overmoed onszelf boven de natuur te verheffen, ónze natuur, in ons schuilt ook een jager. Ik zeg niet dat iedereen dus moet gaan jagen, die natuur hoeft helemaal niet in elke mens tot wasdom te komen, maar het is een kwalijke vorm van social engineering haar bij ons allen uit te willen roeien.
We accepteren zelfs dat we meer dieren doden dan ooit eerder in onze geschiedenis, als we het maar industrieel en verdoofd doen, of kleinschalig en ‘humaan’, hoofdzaak het gebeurt achter de schermen, ontdaan van wat het is: het ene levende wezen staat het andere naar het leven om wat voor reden dan ook. Van die strijd willen wij mensen ons uitzonderen, in elk geval oppervlakkig gezien. We doden niet een op een, de ene soort de andere, de vrije mens het dier in de vrije wildbaan, waardoor je als mens genoodzaakt bent je door en door in je buit, zijn levenswijze en gedrag te verdiepen, nee, we besteden het uit aan de enige beroepsgroep, die niet voor zijn plezier naar zijn werk mag gaan.

Wat als voortschrijdende beschaving wordt gepresenteerd, zijn verstedelijkte opvattingen over wat natuur is, antropomorfe misvattingen over dieren, en ze getuigen van een treurigstemmend gebrek aan inzicht in wat mensen beweegt – aan zelfinzicht dus ook. Tegen die vervreemding kom ik in het geweer. Wij verkeren in een steeds onontkoombaarder virtuele wereld, en wij vergeten dat het onontwarbare mengsel van lichaam en geest dat wij zijn floreert bij de onderdompeling in wat leeft en waarvan het leeft. En dan heb ik het niet over vrijetijdsbesteding. Ik heb het over de noodzaak om ons aan de materiële wereld om ons heen te scherpen, zodat wij niet verkommeren. Zodat onze rijkdom aan instincten, zintuigen en behendigheden, aan driften, lusten, intelligentie, toewijding en moraal niet verschraalt maar tot bloei blijft komen. Ten diepste jagen wij niet om te heersen over de natuur, maar omdat wij natuur zijn. Dat is onze bijzondere positie. Of zoals de Duitse filosoof Schelling schreef: Die Natur schlägt im Menschen ihre Augen auf und bemerkt, dass sie da ist. (In de mens opent de natuur haar ogen en merkt dat ze bestaat.) En wij met ons bewustzijn stellen ons alleen dán niet heerszuchtig op, en werken alleen dán vervreemding en verschraling niet in de hand  als we elke soort de manier van leven laten die bij haar hoort. En dat geldt evengoed voor ons mensen.

Pauline de Bok is schrijver en vertaler en werkt aan een roman getiteld De jaagster, Uitgeverij Atlas Contact

 

 
 

Oost-Europa

In Estland zingt de taal
Eigenlijk is het een wonder dat Estland bestaat. Een land met 1,4 miljoen inwoners, een taal die nauwelijks familie heeft en die slechts door één miljoen mensen wordt gesproken. Maar wel een taal die zingt en de blik naar het noorden drijft.   

de Volkskrant

 

Duitsland

Leven met de DDR
De Stasi-film Das Leben der Anderen laat de kijker met een gerust hart achter: de DDR is voltooid verleden tijd. Maar de documentaire Jeder schweigt von etwas anderem laat zien hoe anders de dagelijkse realiteit is.   

Duitslandweb.nl

 

dood

Leven met hiv
Acht seropositieve druggebruikers vertellen over hun leven, hun angsten, hun hoop en hun manieren om met aids om te gaan. Optimisme, woede, kracht en pessimisme wisselen elkaar af. Sommigen blijven gebruiken, anderen stoppen met drugs.   

Seropositief verder

 

divers

Louis Zwiers (4)
Verdwenen routes
Waarin we naar Almere Haven gaan en hij niet meer begrijpt hoe hij er ooit is weggeraakt, en later in de auto schalks vraagt of hij ook even mag rijden.   

ongepubliceerd

 

dood

Doodsberichten
Voor Doodsberichten werkte ik drie jaar als vrijwilliger in de terminale thuiszorg en tekende de gebeurtenissen op. Door elk van de vijf verhalen speelt de vraag: Hoe leven mensen in het aangezicht van de dood?   

Uitgeverij Meulenhoff

 

vertalen

Der Mann aus Meuselwitz
Wolfgang Hilbig übersetzen ist das Thema meiner Masterarbeit. Dazu habe ich Prosa und Lyrik (Überschrift Durst) übersetzt und annotiert, und Essays über Übersetzen als Wissenschaft, Handwerk und Kunst geschrieben. Lesen Sie hier Vorwort und Einlei   

Universiteit Utrecht

 

Oost-Europa

Gevallen helden
Geschiedenis wordt Disneyland in Grutas Park waar oude sovjet-helden in steen een plaats hebben gekregen. Een Litouwse worstelkampioen bracht ze bijeen, één Marx, twaalf Lenins, twee Stalins, twee Dzerzjinski's en talloze kleiner helden.   

de Volkskrant

 

dieren

Tatzen im Schnee
Die schönsten Katzengeschichten zum Weihnachtsfest 2014 (nicht nur für Katzenliebhaber), herausgegeben von Gesine Dammel. Mit einem Beitrag von u. v. a. Pauline de Bok: »Nenn mich Poes«.   

Insel Suhrkamp Verlag

 

gezondheidszorg

Silvia Millecam en de kwakzalvers
In de zomer van 2001 keek heel televisiekijkend Nederland verbijsterd toe. De ziektegeschiedenis van Silvia Millecam werd bijgezet in een groeiende reeks alarmverhalen over alternatieve geneeskunde. Geloven in een wonder, tot de dood erop volgt.   

Psychologie Magazine

 

Duitsland

De stoker die afdaalde naar duistere diepte
Zomer 2008 verscheen deel 1 van het verzamelde werk van Wolfgang Hilbig (1941-2007) en ook een eerste biografie. In Duitsland geldt Hilbig als een van de grootsten van de naoorlogse literatuur, maar in Nederland is hij nooit echt aangekomen.   

de Volkskrant