begin over de auteur boeken vertalingen luisteren werkplaats tientjeslid links contact                 

De eetbare stad rukt op

Blad: Vrij Nederland
Datum: 2010-09-25
Beeld: Adrie Mouthaan

De eetbare stad is hot. Buurtmoestuinen en grootschalige stadslandbouw moeten duurzame voedselvoorziening naderbij brengen. En het is nog goed voor de leefbaarheid ook. Burgers ontfermen zich over de groene openbare ruimte in hun buurt.

Op een dag in het vroege voorjaar beginnen twee mannen de tegels van een schoolplein in de Amsterdamse wijk Bos en Lommer te lichten en de bosschages te rooien. In de zonnigste hoek bouwen ze een kas van zeven bij vier meter. Ze maken deel uit van Stichting Oe, een kunstenaarscollectief in de wijk, en ze lobbyen al een hele tijd met hun Buurtproeftuin, een project dat door het ministerie van VROM financieel wordt gesteund. Een ambtenaar van het stadsdeel protesteert zwakjes, nu zijn er wel genoeg tegels uit, maar de mannen gaan onverstoorbaar door. Het hek staat open en buurtbewoners tonen voor het eerst belangstelling.
Op de dag dat de lapjes grond uitgegeven worden, ontstaat er meteen een wachtlijst. Dus delen mensen die elkaar soms nauwelijks kennen samen een perceeltje. Op een zaterdag in april gaan de aardbeienplantjes de koude grond in, kinderen poten aardappels, sjalotjes en knoflook, volwassenen graven kuilen voor de druiven- en bessenstruiken langs de schutting, in de warme vochtige kas staat een groepje vrouwen druk pratend de kweekbakken te vullen met zaden en jonge plantjes. Een nieuwe lente…

Maïs aan de Zuidas
Het zoemt al een tijdje rond: weg met het zichtgroen, het groen als louter decor, waarom planten we geen fruitbomen, notenbomen en bessenstruiken in de openbare ruimte, waarom leggen we geen perken aan met kruiden en eetbare planten en bloemen? Elke stad heeft groenstroken, vergeten veldjes en binnentuinen, daken en braakliggende terreinen, die eenvoudig tot groene broedplaatsen om te vormen zijn. Met regionaal verbouwd voedsel dringen we voedselkilometers terug, kunnen we de kringloop van teelt en afval verder sluiten, dragen we bij aan duurzaamheid. En het is leuk, leerzaam en geeft voldoening. Burgers en buitenlui staan te trappelen. Onder de noemer eetbare stad is een waaier aan initiatieven ontstaan: van een kleine moestuinbak op het balkon drie hoog achter, tot buurtmoestuinen in achterstands- én yuppenwijken, hele ecowijken en bedrijfsmatige stadslandbouw op oude industrieterreinen en in leegstaande kantoren. Wie hierbij aan geitenwollen sokken denkt, is niet bij de tijd. Het trendy Amsterdamse restaurant De Kas is niet het enige dat zijn groente en kruiden zelf verbouwt in een kas onder handbereik én in de Purmerpolder tien kilometer verderop. En geloof het of niet: tussen de bankgebouwen aan de Zuidas staat dit jaar maïs. Een gimmick? Een kunstproject. Het is opvallend hoeveel kunstenaars de laatste jaren serieus met eetbaar groen en voedsel in de openbare ruimte bezig zijn. En architecten ontwerpen futuristisch ogende kassen op hun kant, met een etage voor voedselverwerking, appartementen, een dagmarkt en een panoramarestaurant. Op de koop toe zuiveren de groene wolkenkrabbers lucht en water en leveren warmte. De eetbare stad in optima forma.

Koudwatervrees
Overal zijn pioniers opgestaan. In Rotterdam hebben groene professionals en duurzame boeren, maar ook vastgoedmensen, woningcorporaties en gemeenteambtenaren zich sinds drie jaar verenigd rond de expertisegroep Eetbaar Rotterdam. En ook al verschillen ze van elkaar, ze delen voldoende. Afgelopen weekend was dat weer te zien op het festival Rotterdamse Oogst. Het is een markt van boeren en buren, een internationaal culinair feest, al wat eetbare stad is, komt er samen, handelt, onderhandelt, wisselt uit.
‘Wereldwijd komt er een massale beweging op gang’, zegt voortrekker Jan Willem van der Schans, onderzoeker stedelijke voedselvoorziening bij de onderzoeksgroep van Wageningen Universiteit en Research. ‘De economische crisis helpt een handje.’ De vastgoedwereld bezint zich. De bouw ligt op zijn gat, dus waarom op braakliggende terreinen niet tijdelijk landbouw toestaan? Of beter ‘nomadische’ landbouw, om te benadrukken dat die niet meer uit de stad verdwijnt, maar zich slechts verplaatst.
Eetbaar Rotterdam heeft haar oog laten vallen op de Marconistrip, een oud spoorwegemplacement van ruim zes hectare bij de Merwehaven. Projectontwikkelaar AM Vastgoed denkt mee omdat het er in de toekomst woningen wil bouwen – en landbouw ziet er aantrekkelijker uit dan braakland, groen vermeerdert de waarde van de grond. Een van de deelnemers, stadsboer Bas de Groot, biologisch-dynamisch opgeleid, heeft zijn bedrijfsplannen al klaar, alles komt in eigen hand: kweken, verwerken en regionaal verkopen. Hij begint een viskwekerij met daarboven groente, zo ontstaat een mooi gesloten keten, aquaponics heet het. Het wordt tevens een testbedrijf voor urbane landbouw. Het wachten is alleen nog op het Ontwikkelings Bedrijf Rotterdam, dat de grond in eigendom heeft. Hoe lang het nog duurt? Voor het eerst hoor ik zuchten. De overheid heeft koudwatervrees. Het is bijna een reflex, zegt Van der Schans: ‘Landbouwsubsidies gaan automatisch naar het platteland, onderzoek naar landbouw is per definitie ruraal, en in agrarische regelingen en wetten komt de stad als locatie voor productie niet voor.’ De wal zal het schip moeten keren. Het besef groeit dat de energie- en voedselschaarste alleen samen aangepakt kunnen worden. Stadslandbouw biedt een uitweg, kleinschalig én grootschalig. Op het minisymposium Farming the City, dat de Amsterdamse dienst Ruimtelijke Ordening afgelopen week hield, rekende een ambtenaar van het Ontwikkelingsbedrijf Gemeente Amsterdam voor: als je alle leegstaande gebouwen van Amsterdam inricht als kassen kun je 2,6 miljoen mensen voeden. En iemand anders vulde aan: de technologie is er al, daarvoor hoef je alleen maar te rade te gaan bij wietplantages.

Meer dan voedsel
Intussen breidt de beweging van Transition Towns zich als een groene vlek uit – lokale gemeenschappen die zelf aan de slag gaan en waarvan Nederland er inmiddels negenenzestig telt. Kernbegrippen zijn klimaatverandering en peakoil: we naderen het punt dat makkelijk winbare, goedkope fossiele brandstof op is. En dat terwijl voor één calorie voedsel tien tot honderd calorieën brandstof nodig zijn. Regionale voedselwinning en gesloten voedings- en afvalketens worden dus pure noodzaak. De werkwijze van permacultuur, een manier van voedsel verbouwen die zich voegt naar het evenwicht in het natuurlijk ecosysteem, wint snel terrein.
Dat je met stadslandbouw gewoon geld kunt verdienen, begint langzaam door te dringen. Voedsel is daarbij niet het enige product. Ook verwerking, detailhandel, beheer van stedelijke groene ruimte, educatie, zorg en recreatie horen bij urbane land- en tuinbouw. Zelfs op het platteland zijn multifunctionele bedrijven al heel gewoon: de boer krijgt geld voor landschapsbeheer, heeft een zorgboerderij op het erf en verkoopt eieren, kaas, fruit of groente aan huis. Het succes van urbane voedselvoorziening drijft bovendien niet alleen op grotere bedrijven. Alle beetjes helpen. Zo kan met SPIN-farming (Small Plot INtensive) een lapje van een halve hectare ruim dertigduizend euro opbrengen, zonder dat veel investeringen of kennis nodig zijn. Wil je stedelijke ruimte optimaal benutten, dan is multifunctioneel gebruik noodzakelijk, stelt een veldonderzoek van ‘Foodprint. Voedsel voor de stad’, een meerjarig programma van het Haagse kunst- en architectuurcentrum Stroom. Dus productie, natuur en recreatie op dezelfde plek. Maar, constateert ook Foodprint, in kringen van ruimtelijke ordening ‘wordt nog te beperkt gedacht’.

Monsterradijzen Fietsend door Rotterdam zie ik de eetbare stad ineens overal: ‘NU HIER – gratis nieuw land’, een openbaar slooppleintje achter een horecaschool, is voor twee tot vijf jaar ingericht als proeftuin naar ideeën van buurtbewoners. Er staat zelfs een kas en op 16 juli waren de bietjes, sla, monsterradijzen en tuinbonen klaar en werd de ‘eerste soep van eigen oogst’ geserveerd. Op de Müllerpier in Delfshaven zijn bewoners van de nieuwbouw vorig jaar op eigen houtje een openbare moestuin begonnen, Tuin aan de Maas geheten, bewoners van Lombardijen verbouwen groente in de besloten Dantetuin.
En overal tref je groene terreinen en terreintjes aan van Creatief Beheer: Proefpark De Punt, bekroond als meest kindvriendelijke speelplek van Nederland, Buitenplaats Spangen, het Eco Kinderpark in Feijenoord. Initiatiefnemer Rini Biemans, arts, kunstenaar en al tien jaar de onvermoeibare motor: ‘We moeten ons zelfreddend vermogen optimaliseren.’ Als een buurt de (groene) openbare ruimte zelf in gebruik neemt, verbetert het leefklimaat. En voedsel verbouwen, over eten praten, kennis uitwisselen, dat verbindt generaties en culturen. Creatief Beheer is vooral actief in achterstandswijken, zorgt voor het regelwerk, peutert het geld los bij woningcorporaties, gemeente en bedrijven, en streeft ernaar binnen vijf jaar overbodig te zijn, omdat de zorg voor de openbare ruimte dan verankerd moet zijn in de buurt. Biemans rijdt op zijn stalen ros door Rotterdam als in zijn eigen ridderepos. ‘Zeventig procent van onze strijd is naar boven gericht.’ Inmiddels heeft hij ook ‘boven’ veel goodwill verworven.
Dat scheelt, want projecten van individuele groepjes bewoners komen doorgaans maar moeizaam op gang. ‘Bij ambtenaren overheerst soms nog de angst dat burgers de openbare ruimte privatiseren’, zegt Jan Willem van der Schans: ‘Ze kunnen zich weinig voorstellen bij “plotjes” en moestuinen waar iedereen gewoon doorheen kan lopen. Maar steden hadden vroeger altijd gemeenschappelijke weides. Alle grond in de stad die niet gebruikt wordt, behoort de bewoners toe, vind ik. Dat is zelfs de basis van democratie.’ De overheid springt volgens Van der Schans nog te ontwerpgericht met de openbare ruimte om. ‘Als sociale wetenschapper zeg ik: kies voor ontwikkeling, voor empowerment.’ Openbaar groen dat slechts een mooi decor is waarin de burger mag verblijven zolang hij maar nergens aankomt, vloekt met alle hooggestemde nota’s over bewonersparticipatie, duurzame steden en leefbaarheid. En het houdt zeker de hoogopgeleiden niet in de stad.

Guerilla gardening
De strategie van de pioniers die voet aan de grond krijgen is helder: ga niet alles eerst vragen, pak de spade. Je kunt beter een keer je excuses aanbieden, dan eindeloos op toestemming te wachten. Van guerilla gardening – het aanleggen en onderhouden van tuinen waar dat officieel niet mag – wordt geen stad slechter. Het water zal de steen uithollen.
De eetbare stad is hot. Toch schuilt er bij veel initiatieven een adder onder het gras. Opvallend vaak zitten er kunstenaars achter. Die krijgen meer voor elkaar dan buurtbewoners, en niet alleen omdat er kunstpotten zijn. ‘Buiten de orde treden, dat is de rol die kunstenaars toebedeeld hebben gekregen’, zegt Van der Schans. ‘Ze kunnen zich meer permitteren, het zijn de narren van de samenleving.’ Bovendien worden overheidsdienaren en ondernemers graag met kunst geassocieerd, daar worden ze zelf een beetje kunst- en vrijzinnig van. En – ziehier de adder – het risico is beperkt, want kunstenaars blijven niet, ze trekken verder, naar volgende projecten, andere oorden, lokkende einders. Vaak is niet alleen de locatie tijdelijk, maar het hele project.
De Buurtproeftuin in Bos en Lommer heeft een looptijd van twee jaar. Het eerste groeiseizoen zit er bijna op. ‘Die bosjes langs de rand moeten in de herfst gerooid’, zegt Mandi Kroon, terwijl ze met blote handen een slak over de schutting gooit. Mandi deelt een lapje grond met haar vriendin Fatima El Bakali. Ze hebben allebei drie kinderen in dezelfde leeftijd. Mandi liep een tijdje bij de voedselbank, maar kreeg vooral eten dat verlept was, of over de houdbaarheidsdatum heen. Zelf groente verbouwen bevalt haar beter. En Fatima? Die zegt dat ze deze zomer haar insectenfobie bijna kwijt is geraakt. ‘Als ze een vlinder zag, begon ze al te gillen’, lacht Mandi. Samen met de Turkse Kamilla Efeler, de vrouw met de groenste vingers uit de buurt, zorgen ze ook voor de kas. Ze laten me een mij onbekend Turks kruid proeven. ‘We zijn ook al exotische zaadjes aan het sparen voor volgend jaar, van okra’s, madame jeanettes en zo. Dit jaar kwamen we om in de courgettes.’ Op het buurtfeest 25 september is er een oogstfeest, dan gaan ze met z’n allen koken.

Open de binnentuinen! En over twee jaar, als het project is afgelopen? We kijken over de zijschutting, daar ligt het alternatief ledig te wezen: de smetteloze binnentuin waaraan Mandi woont. Die is afgesloten, ook voor de bewoners van het blok. ‘We betalen elke maand servicekosten voor het groenbeheer, alleen om ernaar te kijken’, schampert ze. ‘Jaren geleden hebben we de binnentuin een tijdje mogen gebruiken. Maar bij de eerste wrijvingen – buren die klaagden over overlast – ging het slot er weer op.’ Woningcorporatie Stadgenoot had geen zin in gedoe.Als de eetbare stad meer wil zijn dan een explosie van fantastische ideeën en kleinschalige initiatieven, als ze levensvatbaar wil worden, dan is het nu tijd voor de volgende stap. Dan zal de wet- en regelgeving aangepast moeten worden en zullen overheid, projectontwikkelaars en woningcorporaties de bezem door hun organisaties moeten halen – en vooral de werkvloer en de buitendienst niet vergeten. Dan moeten, om te beginnen, de binnentuinen open en de openbare ruimtes echte stadstuinen worden voor en door de buurt. Het is tijd om te oogsten.

 Tips:
·       Ga niet zelf het wiel opnieuw uitvinden, zoek op internet naar voorbeelden die passen bij wat jij voor ogen hebt.
·       Alleen een platje of balkon? Overweeg de vierkante-metermoestuin of de vensterbankmoestuin.
·       Bedenk dat een openbare eetbare tuin andere eisen stelt dan een omheinde.
·       Realiseer je dat bij een openbare tuin de oogst niet alleen van jou is. ·       Laat bij twijfel de grond onderzoeken op vervuiling.
·       Zaai in de vensterbank of in een (mini)kasje voor, dat verlengt het seizoen.
·       Begin klein, onderschat de hoeveelheid werk niet, breidt geleidelijk uit.
·       Geef het initiatief minstens twee groeiseizoenen de kans.
·       Begin in elk geval ook met kruiden, eetbare bloemen en kleinfruit.
·       Kies gewassen en soorten die voor commerciële kwekers niet interessant zijn en die je dus niet op elke straathoek vindt.
·       Vergeet niet op smaak, diversiteit en kleur, geur en vorm van de planten te letten.
·       Zoek zaden en stekjes van oude rassen en vergeten groenten, dat is spannender en goed voor de biodiversiteit. ·       Let op afwisseling in groei-, bloei en oogsttijd, voor een mooie tuin het hele jaar door en combineer een- en meerjarigen.
·       Een mooi verzorgde tuin is niet alleen een lust voor het eigen oog, maar ook de beste remedie tegen vandalisme.
·       Nieuwe bomen? Geef fruit- en notenbomen voorrang.
·       Vraag niet overal toestemming voor, ruimte krijg je niet, die moet je nemen.

Een aanstekelijk boek voor beginners (ook voor kinderen) is De familiemoestuin. Praktische tips en recepten van Modeste Herwig.

Aanbevolen sites:

 De eetbare tuin: ·       www.eeetbaretuin.info,
·       www.neerlandstuin.nl (The Edible Garden),
·       www.buurtmoestuin.nl,
·       www.makkelijkemoestuin.nl,
·       www.leerwiki.nl/De_Eetbare_tuin (+zaaikalender),
·       www.denationaleproeftuin.nl (gratis zaden: aanbod en vraag)

Permacultuur: ·       www.permacultuurnederland.org (met activiteitenagenda en database met eetbare planten en paddenstoelen in Nederland)

Transition Towns:
·       www.transitiontowns.nl (met zeventig locale initiatieven + hun websites)

Guerilla Gardening:
·       www.guerillagardeners.nl

SPIN-farming:
·       www.spinfarming.com

Eetbaar Rotterdam:
·       www.het-portaal.net/project/eetbaar-rotterdam

Foodprint – voedsel voor de stad (Den Haag): ·       www.stroom.nl

 
 

divers

Louis Zwiers (1)
Tango in het ouwemannenhuis
Waarin zijn vingers in het wildeweg de oude deuntjes op zijn accordeon proberen te vinden en hij monter zegt: `Ik sta de hele dag tot je beschikking.´   

ongepubliceerd

 

jacht

Drukjacht in de voormalige DDR
Afgelopen december nam ik voor het eerst deel aan een drukjacht in Mecklenburg, in het revier waar ik meestal jaag. De schutters kwamen van heinde en ver, de jagers uit de streek. `Op nog geen tien meter rennen de zwijnen razendsnel om mijn hoogzit.`   

De Jager

 

divers

Meisjes van 13
Het is 1969. Ik ben 13 en zit in mijn dagboek te schrijven. Op de radio zingt Paul van Vliet: 'Meisjes van dertien/niet zo gelukkig/meisjes van dertien/d'r net tussenin...' Hoe verging het de naoorlogse meisjes van 13. Acht gesprekken en dagboeken.   

Maandblad O

 

gezondheidszorg

De Freudiaanse verleiding (3)
Ritha Korfage
`Ik kijk wat er tussen de patiënt en mij gebeurt. Dat vind ik een trefzekere gids. De ene patiënt laat ik meteen opnemen als hij zegt dat hij een eind aan zijn leven wil maken, bij een ander hóór ik het nauwelijks.´   

Intermediair

 

divers

Louis Zwiers (6)
De schim van Polly Waarin hij zich zorgen maakt om zijn vrouw, die ´s nachts weer zo geschreeuwd heeft, wil weten hoe zijn nieuwe baseballpet hem staat en steeds zijn hondje zoekt.   

ongepubliceerd

 

divers

Louis Zwiers (4)
Verdwenen routes
Waarin we naar Almere Haven gaan en hij niet meer begrijpt hoe hij er ooit is weggeraakt, en later in de auto schalks vraagt of hij ook even mag rijden.   

ongepubliceerd

 

Duitsland

The Marten
Translated fragments of the last chapter of the literary nonfiction book Blankow - of het verlangen naar Heimat (Blankow - or the Longing for Heimat)   

Blankow

 

jacht

Ik verlang naar de jacht
Interview op 1 november 2014 in de rubriek `Lunchen met...´ in NRC Handelsblad, na het verschijnen van mijn roman De jaagster. `Ik vond dat ik zelf moest kunnen jagen om er goed over te kunnen schrijven.´   

NRC Handelsblad

 

Duitsland

Jochen, schaff dir eine Kuh an
Geschichten aus dem 700 Jahre alten kleinen Fürstenhagen, einem mecklenburgischen Dorf von freien Bauern an der Grenze zu Brandenburg. Ein Buch voller Bilder vom Leben der Menschen, »als dürfe man durch einen Spalt in die Zeit blicken...«   

Gut Conow

 

multicultureel

Migrantendochters in het nauw
Chloor drinken, in polsen snijden, kalmeringsmiddelen slikken. Migrantendochters plegen vaker zelfmoord en doen meer pogingen daartoe dan anderen. `Ik voelde me zo ongelukkig en depressief, ik wilde niet meer leven. Toen ging ik de eerste keer krassen.´   

Vrij Nederland