begin over de auteur boeken vertalingen luisteren werkplaats tientjeslid links contact                 

Liefde voor beton

Blad: Kunstwerken & Kunstwerken
Datum: 2007-12-01
Beeld: Wiel Verbeet

[achter de schermen]

Civiele kunstwerken leiden een anoniem bestaan, het zijn de werkpaarden van de infrastructuur die nauwelijks worden opgemerkt. Behalve door Wiel Verbeet, die als een vader waakt over de kunstwerken in de provincie Gelderland. Een gesprek over de schoonheid van viaducten en de voordelen van de woensdag.

Ik ben er zelf ook wel eens ingetrapt, lacht Wiel Verbeet, dan dacht ik dat het een viaduct was, maar was het toch een tunnel, terwijl de weg helemaal niet verdiept was. Het is een woensdag als ik in de Arnhemse binnenstad tegenover hem zit met uitzicht op de Eusebiustoren. Mijn vraag was: wat is een viaduct eigenlijk? De Dikke van Dale en de digitale encyclopedie Wikipedia hadden geen uitsluitsel gegeven. Wikipedia stelt: ‘Een viaduct is een brug die twee punten van gelijke hoogte met elkaar verbindt. Viaducten worden voornamelijk toegepast bij kruisingen van spoorlijnen en wegen voor snelverkeer.’ Dat lijkt misschien kraakhelder, maar er zijn altijd twijfelgevallen. Zelfs voor specialist Verbeet.
Wiel Verbeet zorgt voor het beheer en onderhoud van de kunstwerken en wegelementen van de provinciale wegen. Op verjaardagen moet hij altijd uitleggen dat een kunstwerk niet altijd door een kunstenaar wordt gemaakt, maar dat je ook civiele kunstwerken hebt. Ingenieurskunst in feite.
De geboren Gelderlander is verantwoordelijk voor twaalfhonderd kilometer weg met bijna vijfduizend civiele kunstwerken erin, waarvan een kleine duizend groter dan een meter. Plus nog eens dertien artistieke kunstwerken, die doet hij er met plezier bij. Viaducten heeft hij 193, daarvan moet de provincie er 74 volledig onderhouden, bij 28 is ze alleen verantwoordelijk voor het viaductmeubilair en bij zeven alleen voor de constructie – de rest valt onder Rijk of gemeente.

Stel Wiel Verbeet een vraag en hij tovert een lijst te voorschijn. Hij heeft een volledige databank civiele kunstwerken onder zijn hoede, en niet alleen in zijn computer, zo lijkt het wel, maar ook in zijn hoofd. Aan elk kunstwerk hangen in de computer weer bestanden met onderhoudsgegevens. En hij heeft honderden foto’s, zelf geschoten met zijn digitale camera, of bij gebrek aan beter gescanned van oude foto’s. Op 1 januari 1993 kwam Verbeet bij de provincie Gelderland in dienst. Hij verhuisde mee met de driehonderd kilometer weg die Rijkswaterstaat in het kader van de Wet herverdeling wegen aan de provincie overdeed. En geloof het of niet: bij de provincie werken dertienhonderd mensen en hij kwam uitgerekend bij de enige provincieambtenaar op de kamer te zitten die ook Wiel heette. Hij lacht om zoveel toeval.
Aanvankelijk werd hij medewerker Wegelementen, maar vanaf 2002 keerde hij terug naar zijn oude liefde: civiele kunstwerken en beton. Hij kreeg kunstwerken in beheer waaraan hij vroeger zelf nog getekend had, zoals de bruggen en tunnels in het eerste tracé van de A50, of het viaduct in de N847, die bij Beuningen over de A73 gaat. Dat is in die tropische zomer van 1976 gebouwd. Hij herinnert het zich nog goed. Het betondek werd toen nog ter plaatste gestort. De werkdagen begonnen om vier uur ’s ochtends en hielden pas om negen uur ’s avonds op. Het was echt afzien voor de werklui.

Beton, dat is zijn materiaal, daar kwam hij op de technische school al achter. Hij liet de bouwkunde voor wat die was en specialiseerde zich in beton. Als betontekenaar kwam hij bij een adviesbureau voor bouwtechnieken te werken en daarna bij Rijkswaterstaat, arrondissement Zutphen. Bij de Betonvereniging volgde hij nog een cursus betonbouwkundig opzichter/tekenaar en hij kreeg een baan op de betonafdeling van RWS. Toen deze werd opgeheven heeft hij zich als overheidsambtenaar ook nog een jaar of acht met geluidhinder beziggehouden. Geluidsschermen heeft hij nu als provinciaal beheerder ook onder zijn vleugels.
Hij is net een vader, hij wil geen onderscheid maken, hij vindt alle civiele kunstwerken even mooi. Wat er dan wel zo mooi aan is? De objecten op zich zijn interessant, de constructie, maar ook het materiaal, het complete van betonconstructies. Constructief kun je met beton heel mooie dingen doen. Mensen zien het niet, dat begrijpt hij wel, ze rijden erlangs, met 50, 80, 100, 120 kilometer per uur. Wat zie je dan van een viaduct? Het belangrijkste zit in de grond. Je hebt een paar grote zandterpen, funderingen, je hebt middenpijlers en twee landhoofden, waarop de uiteinden van het dek liggen. Zien is kennen.

Hoe doet iemand dat, voor bijna vijfduizend civiele kunstwerken zorgen? Hij vertelt met ingehouden begeestering. Het begint tegenwoordig bij de kantonniers. Die rijden alle wegen twee à driemaal per week af. Ze moeten tegenwoordig niet alleen het dagelijks onderhoud van de wegen doen, maar ook de civiele kunstwerken schouwen en schoonmaken. Daarvoor hebben ze cursussen gevolgd. Ze weten waar ze op moeten letten: ligt er wapening bloot, is er roestvorming, is het beton beschadigd, zit er graffiti op? Als de kantonniers iets bijzonders melden, gaat Wiel Verbeet meestal zelf even kijken. Een aantal inspecteert hij sowieso af en toe zelf, bij de meeste grote kunstwerken is hij de afgelopen jaren wel geweest. Voor alle civiele kunstwerken maakt hij zelf een planning: elk kunstwerk komt eens in de paar jaar aan de beurt. Hij laat een adviesbureau een technische inspectie en een herstelplan maken, dat vervolgens door de ‘mensen van buiten’ uitgevoerd en begeleid wordt. Als dat klaar is wordt het opdrachtdocument in de databank onder het kunstwerk opgeslagen.
Onlangs heeft hij zich samen met de constructeur van de afdeling over spoorviaduct nummer 332045 bij Lochem gebogen. Die gaat vervangen worden, waarschijnlijk in 2009. Het is een stalen kunstwerk uit 1935. Dit jaar zou het weer een onderhoudsbeurt krijgen. Het adviesbureau becijferde dat reparatie anderhalve ton euro zou gaan kosten. Nieuwbouw komt al gauw op één miljoen. Wat te doen? Het viaduct kan met hoogstens 50 ton belast worden, terwijl het op een route voor bijzondere transporten van meer dan 100 ton ligt. Nu zijn die nog gedwongen een fikse omweg te maken. Daar komt bij dat het aan één kant een dubbel fietspad heeft, waar dagelijks slierten schoolkinderen overheen gaan. Er ligt een verzoek van de afdeling Verkeer voor een vrijliggend fietspad, maar die ruimte is er nu niet. Wat ook nog meetelt is de leeftijd, het viaduct is al 72 jaar oud, een kunstwerk heeft een levensduur van hooguit tachtig, negentig jaar, dus het zit toch al in zijn eindfase. Alles afwegend blijkt nieuwbouw de rationeelste oplossing.

Later in het gesprek probeer ik het nog maar eens: welk viaduct vindt hij nu het mooiste? Goed dan, als het gaat om de indruk die je ervan hebt: van de oudere viaducten vindt hij het viaduct in de N784, dat over de N785 loopt, een mooi exemplaar (> 785001 en 785002), dat is nog helemaal ter plaatste gestort. Hoe hij dat weet? Dat ziet hij gewoon. Ook een mooi exemplaar – ‘maar dat is niet van ons’ – is het Eldens viaduct over de A325 bij Arnhem-Zuid, dat gaat in één keer zonder tussenpijlers over een breedte van vijftig meter. Dat getuigt van technisch vernuft. En ook mooi is het nieuwe viaduct in de N316 bij Zeddam, dat is een van de laatste die ze hebben gebouwd, dat viaduct heeft heel aparte schuine steunpunten aan de zijkanten (> 316005).
Als ik met een hoofd vol civieltechnische kennis weer naar buiten ga om met een lijstje kunstwerken in de hand de provincie te doorkruisen, lichten bij de lift zijn ogen gretig op. Woensdag is de beste dag, zegt hij, dan is het het rustigste, dan gaat hij ook meestal naar buiten. Op vrijdag begint hij er niet meer aan, dan is het veel te druk. Hij heeft natuurlijk wel een ontheffing, maar hij kan echt niet meer overal stoppen, dat is veel te gevaarlijk. Was het maar elke dag woensdag.

 
 

Oost-Europa

Steden zonder geheugen
In het voetspoor van Isaak Babel trok Pauline de Bok samen met de slavist Aai Prins midden jaren negentig door de Oekraïne. Op zoek naar de verdwenen wereld van zijn verhalencyclus Rode Ruiterij en zijn Dagboek 1920.   

Uitgeverij Meulenhoff

 

divers

Het enneagram en het maakbare zelf
Het enneagram is een geliefd instrument voor de aanhangers van het Maakbare Zelf. Ook in het bedrijfsleven rukt het op. Het biedt voor elk wat wils, de mensheid overzichtelijk opgedeeld in negen typetjes. Een kritische verkenning.   

Intermediair

 

bossen

Wakker gekust door de tornado
`Gouden pech´ noemt de brochure Hoogvliet Vernieuwt de storm achteraf. Op een dag begonnen mensen met andere ogen naar het Ruigeplaatbos te kijken. En wat bleek? De natuur was tot leven gekomen, de storm had haar wakker gekust.   

de Volkskrant

 

beeldende kunst

De beleidsmachine
Wat staat dáár nu weer? De Gelderse eenprocentsregeling voor infrastructuur bestaat 25 jaar. Het boek Kunstwerken & Kunstwerken zoomt in op artistieke en civieltechnische kunstwerken. Hieronder: 'De beleidsmachine'.   

Kunstwerken & Kunstwerken

 

parken

Tweedehands park
Het avontuurlijkste park van stadsdeel Leidsche Rijn moest het worden. `Je moet ervoor zorgen dat in een nieuwbouwwijk niet alles veilig is, dat wordt zo saai, dat is vreselijk.´ Maar dat mislukte, de bewoners willen een normaal park voor hun deur.   

de Volkskrant

 

Oost-Europa

Het huis van Boelgakov
In Kiev staat het ouderlijk huis van Michail Boelgakov. Huisnummer 13. Dat past uitstekend bij de wrangvrolijke dubbele bodems in het werk van de schrijver. Met vertaalster Aai Prins waan ik me in de roman De Witte Garde.   

de Volkskrant

 

levensbeschouwing

Het boeddhistische leven van monnik Mettavihari
Op 25 maart 2007 overleed de Thaise monnik Mettavihari. Sinds 1973 is hij het boegbeeld van het Theravada-boeddhisme in Nederland, geestelijk vader van vele Thai, geroemd meditatieleraar. 'Als je zegt dat je verlicht bent, is dat alleen maar ego.'   

Uit&thuis

 

divers

Louis Zwiers (6)
De schim van Polly Waarin hij zich zorgen maakt om zijn vrouw, die ´s nachts weer zo geschreeuwd heeft, wil weten hoe zijn nieuwe baseballpet hem staat en steeds zijn hondje zoekt.   

ongepubliceerd

 

parken

`De architect hoeft hier niet te wonen´
`Anti-parken´, noemen critici de nieuwe Haagse stadsparken uit het beleidsplan Licht op groen. Busladingen architecten komen er kijken. De Turkse moeders willen meer speelruimte voor de kleintjes en minder Bulgaarse illegalen.   

de Volkskrant

 

Duitsland

Georg Büchner soll seine Jugend zurückhaben
»Es fasste ihm eine namenlose Angst in diesem Nichts: er war im Leeren!« Der Roman Lenz von dem 22-Jährigen Georg Büchner (1813-1837) ist eine moderne Geschichte über Wahnsinn, neunzehn Jahre vor Freuds Geburt. Über Lenz und seine Reze   

Universiteit van Amsterdam