begin over de auteur boeken vertalingen luisteren werkplaats tientjeslid links contact                 

Louis Zwiers (6)

Blad: ongepubliceerd
Datum: 2003-05-10

'Het is niet in orde aan de achterkant van het leven,' zei Louis Zwiers. Vanaf juni 1997 tot zijn dood ging ik elke week bij de Amsterdamse muzikant (26.8.1921 ­ 10.5.2003) op bezoek in het verpleeghuis Polderburen in Almere en was er getuige van hoe hij langzaam de greep op zijn leven verloor.

De schim van Polly

Zijn vrouw zit met een betraand gezicht in de huiskamer. Een jonge verzorgster komt met een washandje aan en vraagt lief: 'Mevrouw Zwiers, zal ik uw gezicht even afvegen, anders ziet u er zo behuild uit.' Het mag, zachtjes veegt ze het schoon. Hij komt aanlopen met een baseballpet op zijn hoofd en blijft achter zijn vrouw stilstaan.
'Gaat u nog iets naar voren,' zegt het meisje, 'dan kan uw vrouw u zien.'
Hij schuifelt wat verder en strijkt even onhandig met zijn hand langs zijn vrouws wang. Ze strekt haar hand naar hem uit, pakt hem vast en zegt: 'Ik kan er niks aan doen.'
'Ja,' antwoordt hij. En: 'Probeer je dan een beetje te beheersen.' Dan ziet hij mij zitten aan het eind van de tafel. Later verontschuldigt hij zich uitgebreid dat hij mij niet meteen zag.
Als hij opstaat, vraagt zijn vrouw: 'Waar ga je naartoe?'
Hij mompelt: 'Hier in de buurt, even de situatie opnemen.'
'Misschien ben ik wel dood als je terugkomt,' zegt ze. Hij reageert niet.
In de hal vraag ik of hij zijn vrouw niet wil meenemen.
'Nee. Ze moet er maar aan wennen. Soms moet ik voet bij stuk houden, anders is er geen houden aan. Dit is mijn pleziertje. Het gaat gewoon niet, dan begint ze op straat misschien weer te schreeuwen. Vannacht heeft ze verschrikkelijk geschreeuwd. En niets of niemand kan haar tot stilte brengen. Eerst ging ze een of twee keer per week zo te keer, nu wel iedere dag. Het is verschrikkelijk.'
Er waait een lekker fris windje. Hij ademt in. 'Hier gaan uw longen te gast.' Ineens denkt hij aan de baseballpet. 'Ik heb nooit zo'n ding gehad, maar ze zeiden: "Zet die nou op, dat staat u zo leuk." Nou ja, goed. Vind je hem staan?' Wat ongemakkelijk voelt hij aan zijn hoofd.
Een broer van hem is geopereerd, vertelt hij. 'Ze hebben zijn maag weggehaald en nog andere onderdelen van het spijsverteringskanaal. 'Het is toch jammer dat het zo moet aflopen.'
Ik vraag of hij pijn heeft.
'Hij krijgt al morfine.' En even later: 'Ik weet niet of het zo moet gaan. Het is een marteling, kunnen ze nietŠ ach, dat mag ik niet zeggen.'
Hij wil iets over zijn drie broers vertellen, maar raakt al snel verstrikt. 'Ik wil twee dingen tegelijkertijd zeggen.' Even later gebeurt het weer. 'Hè, help me nou,' zegt hij lachend en geërgerd.
'Ik kan niet in uw hoofd kijken,' zeg ik slapjes. 'Misschien komt het straks wel weer.'
Hij heeft veel last van Polly, zijn dode hondje. Hij draalt voortdurend, kijkt achterom: 'Waar is ie nou?'
'Hij is er niet meer,' zeg ik.
Hij lacht: o ja, hoe kan ik toch telkens zo stom zijn. Maar ook soms: o ja, je hebt gelijk, maar toch geloof ik je niet. Waarom zou hij zich op mij verlaten en niet op wat hij zelf ziet? Als hij weer achterom kijkt, moeten we lachen. 'Schiet me maar dood,' zegt hij. Ik druk zijn arm. Koffiedrinken hoeft hij niet. 'Laten we nog maar een eindje lopen,' vindt hij. 'Koffie kan altijd nog, rondlopen met zo'n mooie vrouw niet.' Hij geeft zichzelf met zijn rechterhand een klopje op zijn linkerschouder en lacht schalks: 'Goed zo, Louis!' Op de terugweg vraag ik hem hoe laat het is. Hij kijkt op zijn manchetboord en zoekt de tijd, maar het lukt niet. Ik stroop zijn mouw een beetje op zodat zijn horloge te voorschijn komt. Half twaalf. Met stuurloze vingers prutst hij aan zijn pols. Het gaat niet.
'Kom, we gaan verder,' zeg ik.
Voor Polderburen staan twee vrouwen de huisjes te prijzen. 'Mooie woningen, zeggen ze,' schampert hij goedmoedig, 'maar het is wel een bejaardenhuis.' In het zicht van de vrouwen trekt hij snel de baseballpet van zijn hoofd. Ze gaan naar binnnen bij een van de huisjes. Hij loopt achter hen aan. Ze zeggen dat hij met mij mee moet gaan, ik roep hem, maar het helpt niet. Pas als ik hem bij zijn elleboog pak, laat hij zich overhalen.
Binnen gooit hij zijn pet meteen op de kapstok en duikt de wc in. Zijn vrouw ziet heel strak en wit. Ik zeg dat we hebben gewandeld en dat haar man even naar de wc is. Ze kijkt dwars door me heen. Als hij binnenkomt, leid ik hem in het blikveld van zijn vrouw.
'Hallo,' zegt hij.
'Hallo,' antwoordt ze en haar gezicht straalt. Ze pakt zijn hand.
De volgende week kom ik op zijn verjaardag, zeg ik.
Met een lief stemmetje vraagt ze, terwijl ze hem intens blij aankijkt: 'Ben jij jarig volgende week?'

 
 

samenleving

Tiere sind wir, schlaue Tiere
Eineinhalb Jahre habe ich in diesem Jagdgebiet gelebt, allein mit der Landschaft, dem Wetter und den Wildtieren. Wie oft stand ich im Morgengrauen am Fenster, um mich dann abrupt vor den Bildschirm zu setzen, die niederländischen Zeitungen anzuklicken un   

Neue Zürcher Zeitung

 

begraafplaatsen

Het eerste graf
De graven zijn kleurrijk en gevarieerd: een teddybeer, een tulp, vier azen met als opschrift: `Buiten haar familie om was bridgen haar lust en haar leven´. Een bronzen Christus hangt aan het kruis onder een afdakje, tegen de voet staat een vakantiekiekje   

de Volkskrant

 

Duitsland

Die DDR war keine Operetten-Diktatur
Filme über die DDR-Vergangenheit haben viele Deutsche beschäftigt. War es so wie im Film, oder eher nicht? Wie viel Nostalgie gestattet man sich und wie viel Geschichtsklitterung? Über Stasi-Filme und auflodernde Debatten.   

Universiteit van Amsterdam

 

Duitsland

Huis met een verhaal
Wat is je huis? Je huis is In de eerste plaats een dak. Boven jouw hoofd, maar vaak ook boven dat van anderen. Eerdere bewoners, passanten, dieren die we meestal niet eens kennen. Soms, als je alleen bent, beginnen ze te spreken.   

Eigen Huis Magazine

 

Oost-Europa

`Ach kon ik maar in Odessa wonen'
De voorvechters van een Babelstraat waren allang blij met deze miezerige straat. Dat had al genoeg strijd met de nomenklatoera gekost. Die werden niet graag herinnerd aan die donkere episode uit de Sovjet-geschiedenis.   

Het Oog in 't Zeil

 

jacht

Ik verlang naar de jacht
Interview op 1 november 2014 in de rubriek `Lunchen met...´ in NRC Handelsblad, na het verschijnen van mijn roman De jaagster. `Ik vond dat ik zelf moest kunnen jagen om er goed over te kunnen schrijven.´   

NRC Handelsblad

 

polders

De koning van Moordplaat
`Hij groeide in de Biesbosch op, samen met de zoontjes van de boswachter. Elektriciteit kregen ze eind jaren tachtig pas, en water midden jaren negentig. Wie in Nederland heeft er nu nog een privé-polder?   

de Volkskrant

 

Duitsland

Noodlottige scènes uit een literair huwelijk
`Twee sleutelromans die de roddelbladen-nieuwsgierigheid aanwakkeren. Je kijkt als lezer tot diep in de slaapkamer, tot in het hart van een folie à deux.´ Een essay over Nachtgeschwister van Natascha Wodin en Das Provisorium van Wolfgang H   

Armada

 

dood

Rituele dans rond het sterfbed
Het lijkt wel of we onze vergankelijkheid steeds minder voor lief nemen. De dood is een bedrijfsongeval. Het had eigenlijk niet mogen gebeuren. We vinden het al snel onrechtvaardig als iemand sterft. We gaan gebukt onder de vraag: waarom hij?   

de Volkskrant

 

Duitsland

Laudatio zum Annalise-Wagner-Preis 2010
Am 26. Juni 2010 hielt Axel Kahrs in Wittenhagen (Mecklenburg-Strelitz) seine Laudatio auf >Blankow oder Das Verlangen nach Heimat< anlässlich der Auszeichnung der Autorin Pauline de Bok mit dem Annalise-Wagner-Preis.   

Blankow

 

select name from po_pages where id=%20%0A2
You have an error in your SQL syntax; check the manual that corresponds to your MariaDB server version for the right syntax to use near '%20%0A2' at line 3