begin over de auteur boeken vertalingen luisteren werkplaats tientjeslid links contact                 

Louis Zwiers (4)

Blad: ongepubliceerd
Datum: 2003-05-10

'Het is niet in orde aan de achterkant van het leven,' zei Louis Zwiers. Vanaf juni 1997 tot zijn dood ging ik elke week bij de Amsterdamse muzikant (26.8.1921 ­ 10.5.2003) op bezoek in het verpleeghuis Polderburen in Almere en was er getuige van hoe hij langzaam de greep op zijn leven verloor.

Verdwenen routes

Zachtjes zingt ze in de huiskamer een oer-Hollandse liedje mee. Over oorlog en verlies. Ze houdt haar hoofd fier rechtop. Haar lichtblauwe ogen zijn gevuld met tranen: 'Šsamen hand in hand, m'n kind'. Ik groet, maar ze ziet me niet.
Hij komt aanlopen. Uit het borstzakje van zijn overhemd steekt een zwart kammetje. Naar Almere Haven? Hij vindt het best. Ik wijs naar zijn vrouw en hij geeft haar een zoen op haar wang. Met moeite wurmt hij zich in de auto. De hele weg blijft hij zitten zoals hij is neergekomen. Als ik over een terrasje begin, zoekt hij onrustig naar zijn broekzak. Hij heeft geld bij zich. Dat helpt, maar hij blijft warrig.
'Als ik maar geen bekenden tegenkom, want die beginnen tegen me te ouwehoeren, daar heb ik geen zin in.' Hij wil niets hoeven uitleggen.
We rijden langs de begraafplaats, de sluis over, en parkeren aan de haven.
'Ze nemen je tegenwoordig veel te snel je rijbewijs af,' zegt hij. 'Ik zou nog best kunnen rijden.'
'Hebben ze het u afgenomen?'
'Het verloopt,' verklaart hij. 'Zonder auto kom ik er niet toe om naar Almere Haven te gaan. Dat kan niet met mijn vrouw.'
We lopen over de kade en hij vertelt over zijn vrouw. 'Het gebeurde van het ene moment op het andere, je begrijpt er niets van. Ze stond bij de televisie en zakte op de grond. Ik ben niet zo subtiel en maakte een grapje. Maar al snel heb ik de avonddokter gebeld.' Dat was in 1992.
Over de kade komen we bij de jachthaven, die vol pleziervaartuigen ligt. Als ik afwacht om hem te volgen het centrum in, begint hij te dwalen. Soms tast zijn voet naar een stoeprand. Hij vindt geen oude routes meer. Ze zijn uit zijn geheugen verdwenen. Hier liep hij dag in dag zijn hondje uit te laten, hij groette de mensen, stond stil voor een praatje en een kwinkslag. Hier vlakbij was zijn huis. Maar waar? Hij heeft geen idee, als een vreemdeling doolt hij rond.
'Toen wij voor het eerst in Almere Haven kwamen, stonden er alleen twee caravans,' vertelt hij. 'Verder niks. Dat was een troosteloos gezicht. Mijn broer, die nu zo ziek is, kwam hier wonen. En mijn andere broer ook. De vrouwen hadden meer moeite om te wennen dan wij.'
Twee mannen laden drank uit een vrachtwagen en maken grappen, hij vertraagt zijn pas, een verlangen om mee te doen strijkt over zijn gezicht. Een man op een fiets vraagt de weg.
'Rechtsaf de brug over,' zegt hij, omdat hij het hoort te weten. Later blijkt de brug afgesloten. 'Dit is wel de normale route,' zegt hij onzeker en vasthoudend tegelijk. De bruggen hebben namen: Kroegbrug, Kerkbrug. 'Vroeger heetten ze niet zo.' Ineens loopt hij recht op een lantarenpaal af. Ik grijp zijn arm en met een soepele beweging omvat hij de paal met zijn linkerhand. Hij kijkt me triomfantelijk aan, daar heeft hij zich mooi uit gered. 'Sorry,' zeg ik, 'ik dacht dat u er tegenaan liep.'
We zoeken de weg terug naar de haven, heel beslist wil hij de verkeerde kant op, maar als ik beslister ben, geeft hij gemakkelijk toe. Het terras aan de haven is niet openbaar, denkt hij. Ik denk van wel.
'Dan zitten we in de zon,' werpt hij tegen. Wil hij ergens anders heen? Nee, het maakt niet uit. Toch is hij maar met moeite richting terras te bewegen. Ik ben net een steelse opdrijver. Ik bén een steelse opdrijver. Ik probeer hem zo in een stoel te krijgen dat hij niet in de zon zit. Vergeefs. Hij ziet helemaal geen stoel.
'Daar,' zeg ik, duw een beetje aan zijn arm en hij komt in de eerste de beste stoel terecht.
Nu hij in Almere Haven is, begrijpt hij eigenlijk niet goed hoe hij er is weggeraakt. Zijn vrouw kan niet meer lopen, dat is het.
'Je blijft hopen, tegen beter weten in. Ze ging weer heel erg tekeer vanochtend. Het is zo'n eigenaardig mens.' Vaak krijgt hij haar niet rustig. 'Mijn schoonzoon bekijkt het heel anders dan ik. Veel zakelijker. Ik ben meer een fantast.'
'Een romanticus?'
'Ja,' lacht hij. 'Ik heb altijd veel gelachen, vooral met "dittem" erbij.' Met zijn hand klokt hij een denkbeeldige borrel achterover. Dan praat hij over spijt en dat hij dingen anders had willen doen.
Als we Almere Haven uitrijden, zegt hij: 'Het is vreemd dat we het centrum niet hebben gevonden.' En ter vergoeilijking: 'Er zijn er wel vijf.' Dat klopt, er zijn vijf centra in Almere. Hij raakt verstrikt in vage flitsen van herkenning en vreemdheid. We komen in het centrum van Almere Stad terecht. Bedoelde hij dit? Ook niet helemaal.
Telkens rijd ik vast in doodlopende straten.
'Het lijkt wel sightseeing Almere,' zeg ik.
'We maken er een dagtocht van,' grapt hij. Weer rijd ik ergens vast. 'Anders stap ik wel uit, hoor,' zegt hij behulpzaam, 'dan loop ik wel.' Op de Cinemadreef vraagt hij jongensachtig: 'Mag ik even rijden?'
'Niks ervan,' zeg ik beslist. Hij grinnikt.

 
 

Duitsland

Laudatio zum Annalise-Wagner-Preis 2010
Am 26. Juni 2010 hielt Axel Kahrs in Wittenhagen (Mecklenburg-Strelitz) seine Laudatio auf >Blankow oder Das Verlangen nach Heimat< anlässlich der Auszeichnung der Autorin Pauline de Bok mit dem Annalise-Wagner-Preis.   

Blankow

 

gezondheidszorg

Bang voor het verpleeghuis
Het idee is onuitroeibaar: een verpleeghuis is het voorgeborchte van de hel. Maar is dat beeld wel gerechtvaardigd? De bewoners lijken niet op de vitale senioren die wij graag als ons voorland zien. Het verpleeghuis drukt ons met de neus op onze vergankel   

de Volkskrant

 

parken

`De architect hoeft hier niet te wonen´
`Anti-parken´, noemen critici de nieuwe Haagse stadsparken uit het beleidsplan Licht op groen. Busladingen architecten komen er kijken. De Turkse moeders willen meer speelruimte voor de kleintjes en minder Bulgaarse illegalen.   

de Volkskrant

 

jacht

Nacht in het jachtveld
Een jachtjaar lang woon ik in het oosten van Duitsland, waar ik aan mijn boek Buit werk. Ik woon er midden in het jachtveld waar ik jaag. Voor het blad De Jager schreef ik een reportage over de nacht.   

De Jager

 

Duitsland

Die letzten Zeitzeugen eines vergangenen Landes
Wie verarbeiten Autoren der jüngsten DDR-Generation ihre verschwundene Heimat in ihren Büchern? Und was sagt das über das autobiografische und das kollektive Gedächtnis aus? Vorwort und Einleitung meiner Bachelor-Arbeit Germanistik (2007)   

Universiteit van Amsterdam

 

bossen

Voorbij de tijd
Een bos mag best een sprookje zijn, maar je moet er ook kunnen griezelen. En dat kun je natuurlijk het beste in het donker. Ik loop over een pad met de naam Pas-op-weg, die vroeger berucht was om zijn struikrovers, en zie geen hand voor ogen.   

de Volkskrant

 

jacht

Drukjacht in de voormalige DDR
Afgelopen december nam ik voor het eerst deel aan een drukjacht in Mecklenburg, in het revier waar ik meestal jaag. De schutters kwamen van heinde en ver, de jagers uit de streek. `Op nog geen tien meter rennen de zwijnen razendsnel om mijn hoogzit.`   

De Jager

 

begraafplaatsen

Begraafplaats Buitenveldert
Zou ik hier willen liggen? vraag ik me af. Donkere luchten komen aangejaagd, het begint te hagelen. Met een paar mensen schuilen we onder een afdakje. Het is wel lawaaiig hier, aarzel ik. Dat hoor je toch niet meer als je dood bent, vinden de anderen.   

de Volkskrant

 

gezondheidszorg

Insluiper Alzheimer
'Drie jaar geleden hebben we in onze nieuwjaarsbrief geschreven dat Ted Alzheimer heeft', vertelt Jan. 'Mensen vonden het moedig, maar wij generen ons niet. Moeten wij ons ook nog gaan generen? Kom nou! Het is al erg genoeg dat Ted Alzheimer heeft.   

Denkbeeld

 

jacht

Jagen mit trockenen Augen
April 2013 publizierte die Zeitung de Volkskrant meinen ersten öffentlichen Auftritt als Jäger. Und auch heute gilt für mich noch: »Wir jagen nicht, um über die Natur zu herrschen, sondern weil wir Natur sind.«   

de Volkskrant

 

select name from po_pages where id=%20%0A2
You have an error in your SQL syntax; check the manual that corresponds to your MariaDB server version for the right syntax to use near '%20%0A2' at line 3