begin over de auteur boeken vertalingen luisteren werkplaats tientjeslid links contact                 

`De architect hoeft hier niet te wonen´

Blad: de Volkskrant
Datum: 2001-05-12

Van der Vennepark — Den Haag

Het is een mooie zonnige dag en het wemelt van de mensen in de Haagse Schilderswijk. Ik loop door de Van der Vennestraat die het rechthoekige stratenpatroon van de buurt dwars doorsnijdt. Halverwege maken de huizenblokken plaats voor een open driehoek. Een plein met bomen eromheen? Een stenig park? Op een muurtje langs een verhoogd grasveld zitten mannen in het zonnetje.

Een oude Turkse vrouw komt uit haar huis, schudt een zak brood leeg op het gras en verdwijnt weer naar binnen. Meeuwen cirkelen door de lucht. Later zie ik een affiche met een foto van een hoopje brood met ratten erop. Eronder in het Nederlands, Turks en Marokkaans: ‘Gooi geen brood buiten neer.’ Op de schuine hoek staat een speels gebouwtje dat nog het meest doet denken aan een strijkijzer op zijn kant. IJssalon Baris en een rijwielhandel delen de begane grond, erboven zijn twee woningen. Achter het gebouwtje duikt de parkeergarage onder de grond. Op de beklinkerde buitenrand van het park ziet het zwart van de mannen, jonge mannen in zwartleren jacks die in groepjes bij elkaar klonteren.
Drie oude Turkse mannen met bolle buiken zien me schrijven en houden me staande. Wat ik aan het doen ben? Ik leg uit. ‘Krant’ hoor ik de oudste tussen de Turkse woorden tegen de anderen zeggen. Ze knikken. Ik vraag hun ook iets maar ze lopen door. Een hindoestaanse man komt op me af. Hij heeft het tafereeltje gadegeslagen. ‘Ik heb al met negentien mensen geprobeerd een beetje te babbelen, maar het is me niet gelukt. Ik sta met iemand, stel me voor: “Ik ben uit Suriname,” maar ik krijg geen reactie. Het is toch treurig. Hier in de buurt is geen enkel park, dus je bent wel gedwongen hier te komen.’ Soms komt hij met zijn kleinkinderen, soms zit hij met andere hindoestanen bijeen op de meterslange natuurstenen bank. ‘Die stenen zijn warm, we zitten lekker in het zonnetje.’ Het Van der Vennepark trekt bussen vol architectuurliefhebbers van over de hele wereld. Want de Portugese architect Alvaro Siza is befaamd. En het gebouwtje op de hoek wordt liefkozend ‘het juweeltje van Siza’ genoemd. Siza ontwierp het park samen met Arjan Schipper van de gemeentelijke Dienst Groenvoorzieningen en Milieu-educatie. Vroeger stonden op deze plek woningen, vaag zijn de oude straten nog te herkennen in de vorm van het park. De Schilderswijk was zeer dicht bebouwd, aan parkeerplaatsen was groot gebrek en er was nauwelijks open ruimte. Dus werden tijdens de grootscheepse stadsvernieuwing in de jaren tachtig tweehonderd huizen gesloopt, ondergronds kwam een parkeergarage voor wijkbewoners en op het dak een park van 0,8 hectare. Het park is een van de negen ontwerpen in het kader van het Haagse beleidsplan Licht op groen, een pleidooi voor heldere parken die de buurtidentiteit zouden versterken. ‘Anti-parken’ noemden critici ze al snel, want het waren zeer stedelijke, stenige parken met weinig groen. Het Van der Vennepark kwam er nog goed af: rondom staan hoge bomen, op het plein staan acht nieuwe prunussen. Maar struiken zijn er niet, want die zouden de ervaring van openheid teniet doen. Speeltoestellen waren er ook niet: het park mocht niet bezwijken onder een teveel aan functies. Inmiddels zijn er aan de rand van het plein toch een paar geplaatst voor de allerkleinsten.
En er is al meer veranderd. ‘De vijver met fontein is na vijf jaar klagen van bewonersorganisaties dichtgegooid,’ vertelt de Surinaamse parkeergaragebeheerder en fietsenmaker, die al bijna dertien in het Siza-gebouw zit. ‘Er lagen vuilniszakken in, vlees, vis, je begrijpt niet wat mensen er allemaal ingooien. Alleen de eerste zomer konden de kinderen er in baden.’ Ah, dát is dus dat rare halsbrekende plateau van trottoirtegels midden op het plein: de oude vijver.
De fietsenmaker zegt dat hij maar net kan rondkomen: ‘In een wijk waar veel buitenlanders wonen, wordt niet veel gefietst.’ Zijn vrouw verkoopt los snoepgoed. Het is een komen en gaan van kinderen met muntjes in hun hand geklemd.
Buiten zitten hun moeders op een muurtje bij de gedempte vijver. Wat ze van het park vinden? ‘Wij vinden niks, helemaal niks.’ Vervolgens barsten ze los. ‘Die mannen zijn het grootste probleem hier. Ze staren naar je, dat is tegen onze cultuur,’ zegt Selime Akkas Dag. ‘Het zijn vreemdelingen,’ beaamt Ayse Akbulut-Ulgen. ‘Ze liggen op het gras in de zon met de bovenkleren uit. Het is hier geen strand, het is hier voor moeders en kinderen.’ Selime: ‘Je voelt de ogen op je gericht. Dit is onze enige plek waar wij bij elkaar komen. Het is heel vervelend als je niet op je gemak naar buiten kan. We kunnen onze kinderen toch niet binnensluiten?’ Die jonge mannen zijn voornamelijk Bulgaren met een EU-visum, vals of niet. Ze hangen rond en wachten tot er een koppelbaas langskomt met werk. Dan gaan ze met bussen tegelijk weg. Soms treedt de politie op, maar telkens is er weer nieuwe aanvoer. En er is nog een probleem, zeggen de jonge Turkse moeders: er is niet genoeg plaats om te spelen. De kleintjes scharrelen rond op het plein tussen opgeschoten jongens die fanatiek aan het voetballen zijn en die ook nergens ander heen kunnen. Het verhoogde grasveld in de punt ligt er leeg bij, daar kun je niet voetballen, omdat de bal dan telkens de straat op rolt. Tussen de spelende kinderen door scheuren ook nog eens brommers dwars over het plein.
‘Kijk, daar komt Hans, onze wijkagent.’ Ayse wenkt hem naderbij. Hans Razenberg windt er geen doekjes om: ‘Het hele park is bijzonder beroerd ingericht, aan bewoners is niets gevraagd. Er moeten minimaal twee voetbalkooien komen, als je ziet hoeveel kinderen hier spelen.’ Vlakbij gaat er een hels gekrijs op. Een jongetje op een driewieler heeft een poeier van een doelschot tegen zijn hoofd gekregen. De voetballer moet van de wijkagent een ijsje voor het kind gaan kopen. Mokkend gehoorzaamt hij, het kleintje straalt. De normen verschuiven, zegt Hans Razenberg. ‘Vroeger zat er hier een deal- en prostitutiezone. Toen was het: ik wil geen junk in mijn portiek en ik wil een fatsoenlijk huis.’ Ja, beamen de vrouwen, ze hebben mooie huizen gekregen. Nu is de veiligheid van hun kinderen het belangrijkst. De gemeente heeft toegezegd voor de zomer lage hekken te plaatsen, en meer speeltoestellen en zitplekken. ‘De architect wil niet dat het anders wordt,’ zegt Selime, ‘maar hij hoeft hier niet te wonen, zijn kinderen spelen hier niet.’

 
 

dood

Het einde vooraf regelen
Behandelverbod, niet-reanimerenpas, euthanasieverklaring, levenswensverklaring, zorgverklaring. Wat ondertekenen we eigenlijk? Over de reikwijdte en grenzen van schriftelijke wilsverklaringen. Met actuele verwijzingen.   

Uit&thuis

 

dieren

Weihnachtskatzen
Kerstbundel 2012 van Insel Suhrkamp Verlag met elf verhalen over katten.'Poespoespoes' heet mijn bijdrage, die werd vertaald door Waltraud Hüsmert. > Siehe auch: 'Weihnachtskatzen in deutscher Übersetzung'.   

Insel Suhrkamp Verlag

 

landschap en openbare ruimte

Het land van Lely
'Mooie titel, maar wie is Lely?' vroegen nogal wat mensen die over het manuscript hoorden. Moest de titel er maar aan geloven? Nee, het maakte duidelijk dat het tijd was voor een eerbetoon aan de man die Nederland zijn aanzien gaf - met 103 reisstukken.   

Uitgeverij 521

 

Duitsland

Wendezeiten in Fürstenwerder
Erst 2013 wurde meine Wende-Reportage über das Dorf Fürstenwerder in der Uckermark ins Deutsche übersetzt und publiziert. Die Frage war Anfang 1990: Was macht die Wende mit den Menschen - weit weg von Berlin und der Weltpolitik?   

Maandblad O

 

Oost-Europa

Steden zonder geheugen
In het voetspoor van Isaak Babel trok Pauline de Bok samen met de slavist Aai Prins midden jaren negentig door de Oekraïne. Op zoek naar de verdwenen wereld van zijn verhalencyclus Rode Ruiterij en zijn Dagboek 1920.   

Uitgeverij Meulenhoff

 

vertalen

Der Kummer von Waltraud Huesmert
Vertaalster Waltraud Hüsmert won afgelopen januari de Else Ottenprijs 2008 voor haar Duitse hervertaling van Hugo Claus' magnum opus Het verdriet van België. Wederom gelauwerd, maar nog steeds schandelijk onderbetaald.   

www.boekvertalers.nl

 

dood

Rituele dans rond het sterfbed
Het lijkt wel of we onze vergankelijkheid steeds minder voor lief nemen. De dood is een bedrijfsongeval. Het had eigenlijk niet mogen gebeuren. We vinden het al snel onrechtvaardig als iemand sterft. We gaan gebukt onder de vraag: waarom hij?   

de Volkskrant

 

begraafplaatsen

Begraafplaats Buitenveldert
Zou ik hier willen liggen? vraag ik me af. Donkere luchten komen aangejaagd, het begint te hagelen. Met een paar mensen schuilen we onder een afdakje. Het is wel lawaaiig hier, aarzel ik. Dat hoor je toch niet meer als je dood bent, vinden de anderen.   

de Volkskrant

 

jacht

Jagen, leven en lot
Had ik in de tijd van mijn grootouders geleefd, dan was ik al bezweken. Dat besef ik eens te meer sinds ik jaag. Veilig zijn we niet, het is vooral een kwestie van geluk of pech - van je lot. Gastcolumn   

Skipr

 

landschap en openbare ruimte

De Blauwe Stad
In de zomer stond er nog een tentenkamp van de Verenigde Communistische Partij in het weiland, als een stuiptrekking van de Koude Oorlog. `Blauwe Stad, zwarte gat´. Die geluiden zijn overstemd door de marketingmythen van de Blauwe Stadjers.   

de Volkskrant

 

select name from po_pages where id=%20%0A2
You have an error in your SQL syntax; check the manual that corresponds to your MariaDB server version for the right syntax to use near '%20%0A2' at line 3