begin over de auteur boeken vertalingen luisteren werkplaats tientjeslid links contact                 

Eet vies, blijf gezond

Blad: Metro
Datum: 2001-06-13

Onbekommerd at ik vroeger alles op wat me werd voorgezet. Alleen van dikke vellen in melk of koffie moest ik wel eens kokhalzen. Makkelijke tijden waren het. Een hutje buiten de Laotiaanse hoofstad Vientiane, een gaarkeuken in het Oekraïense stadje Doebno, de cafetaria van Vette Herman in een Nijmeegs sousterrain, ik kwam, had honger en at.
De laatste tijd is dat veranderd. Niet uit principe en ook niet omdat ik ziek werd van dat eten, maar ik word steeds kieskeuriger. Als ik in een restaurant zie dat mijn vork niet helemaal schoon is, is mijn eerste impuls: klagen en een nieuwe vragen. Terwijl ik vroeger het ding gewoon een keer langs een servet, het tafelkleed of de zoom van m'n rok veegde. Ik vraag me nu ook vaker af waar het eten vandaan komt, of het wel vers is, hoe de keuken eruit ziet en of de kok niet een onfris sujet is dat in zijn neus peutert of erger.
Zou het de leeftijd zijn? Ben ik mijn onschuld verloren? Waarschijnlijk wel. En dat net op het moment dat er een collectieve voedselfobie heerst. Het is een ongelukkige combinatie: ik word uit mezelf al een zeikerd en tegelijkertijd roept iedereen om me heen ook nog eens dat je niet voorzichtig genoeg kunt zijn. 'Eet jij nog vléés?' 'Ja, ja', verdedig ik me, 'maar wel van de scharrelslager', zoals het hoort, want dierenleed tegen gaan lijkt me een goed streven. Maar zelfs dat is op het randje, want vlees is riskant voor je gezondheid. En al het andere eten trouwens ook.
Voor je het weet koop je alleen nog driedubbeldwars gekeurmerkte etenswaren en begin je bij al het andere te kokhalzen: bacillen! bederf!hormonen! vergif! Natuurlijk moeten lieden die uit hebzucht met eten knoeien worden aangepakt, maar die onbeschaamde angst voor het eigen hachje stuit me tegen de borst, het begint verdacht veel op smetvrees te lijken.
Verbeter de wereld begin bij jezelf, dacht ik, en ik onderwierp mezelf vijf weken aan moderne gedragstherapie in de vorm van exposure in vivo. Dat wil zeggen dat ik mezelf heb blootgesteld aan datgene wat ik normaal uit de weg ga. Eigenlijk moet je dat heel geleidelijk doen, maar ik ben meteen in het diepe gesprongen: ik ben voor vijf weken naar Oost-Europa afgereisd. En echt, ik kan het u aanraden, want ik ben gelouterd teruggekomen. Als ontbijt at ik oliebollen gevuld met een lauwe grijze vleessubstantie, als lunch deegwaren gevuld met een lauwe grijze vleessubstantie en als diner een lap onbestemd suddervlees, een glibberige kippenpoot of een schijf glazige vis. Vegetarisch kon ook, dan kreeg je blikgroente met oude gebakken aardappels.
Mijn reisgenoot en ik hadden een stilzwijgende afspraak. We vroegen elkaar: 'Smaakt het?', zeiden vlakjes 'mmm', en pas als we uitgegeten waren, biechtten we elkaar op dat het niet te vreten was geweest. Dat werkte heel goed, zo wisten we onze magen zonder problemen te vullen.
Eén keer, geheel onverwacht, was het prijs: het was lekker! Die avond durfden we zelfs al tijdens de maaltijd ons oordeel te geven, ineens was het feest. De volgende avond zijn we met een grote boog om dat restaurant heengelopen. Therapietrouw is belangrijk. Uiteindelijk vonden we iets dat ons geschikt leek, een nieuwe keten die de Oost-Europese concurrent van Mc Donald's moet worden. De inrichting was zeer kleurrijk en alles schitterde en spiegelde je tegemoet. Zeer contrastrijk hingen boven de balie grote foto's van gerechten waaruit alle kleur was weggetrokken. Het eten in de grote sudderbakken zag er precies zo uit. Vierentwintig uur per dag kon je hier eten, beaamden de hologige serveerstertjes in hotpants. Manmoedig aten we ons bord bíjna leeg. En weer zijn we er natuurlijk niet ziek van geworden. Al met al is mijn therapie geslaagd. Laatst heb ik thuis ook maar eens slappe frites gegeten, gebakken in oude olie, plus een frikandel en een doorgekookte grijze gehaktbal, allemaal van de cafetaria om de hoek. Het is gezond eten op zijn tijd, omdat het behoedt voor de ziekte die kieskeurigheid heet.

Pauline de Bok
journalis

 
 

Oost-Europa

Van Brody naar Berestetsjko
Herinnert ze zich nog iets van de Pools-Russische veldtocht, van de mannen van Boedjonny? 'Wie? wie?' kraakt haar stem gretig. Ze houdt haar hand als een schelp tegen haar oor. Andrej schreeuwt de vraag in het Oekraïens, de dochter herhaalt het nog eens.   

Steden zonder geheugen

 

Duitsland

De verleiding van het Oosten
Het liefst neem ik kleine wegen als ik door Mecklenburg-Vorpommern rijd. De auto rammelt over kinderkopjes, hobbelt over zandpaden en altijd kom je droomoorden tegen. Ten oosten van de Elbe maakte de Duitse landadel de dienst uit...   

Intermediair

 

jacht

Jagen is toewijding
`Het is alsof we verleerd zijn dat we zelf onderdeel van de natuur zijn.´ Journalist Kester Freriks interviewt Pauline de Bok voor De Jager, het tijdschrift van de Koninklijke Jagersvereniging.   

De Jager

 

Duitsland

Homo faber, was treibt dich?
In Volker Schlöndorffs Filmadaption Homo faber steht das filmische Zeichensystem im Dienste der Liebesgeschichte und nicht der ominösen, zum Scheitern verurteilten Flucht vor dem Schicksal wie in Max Frischs Roman. Eine vergleichende Analyse.   

Universiteit van Amsterdam

 

landschap en openbare ruimte

De eetbare stad rukt op
De eetbare stad is hot. Buurtmoestuinen en grootschalige stadslandbouw moeten duurzame voedselvoorziening naderbij brengen. En het is nog goed voor de leefbaarheid ook. Burgers ontfermen zich over de groene openbare ruimte in hun buurt.   

Vrij Nederland

 

jacht

Ik verlang naar de jacht
Interview op 1 november 2014 in de rubriek `Lunchen met...´ in NRC Handelsblad, na het verschijnen van mijn roman De jaagster. `Ik vond dat ik zelf moest kunnen jagen om er goed over te kunnen schrijven.´   

NRC Handelsblad

 

dood

Berichten van een naderend einde
Hoe leven mensen in het aangezicht van de dood? `Niemandsland´ is het eerste verhaal uit mijn boek over het sterven en de dood van vijf mensen. Elk sterven is anders, elk doodgaan is alledaags én onbevattelijk.   

Uitgeverij L.J. Veen

 

Oost-Europa

Moldavische kiespijn
Die avond, zo ontdek ik, gaat Valéry hem zijn kies trekken. Met een nijptang. Valéry kan en durft alles, weten de anderen. Tudor krimpt nog meer ineen als hun lachen door de keuken schalt. Het wordt tijd dat hij een man wordt. Van pijn wordt hij hard.   

NRC Handelsblad

 

vertalen

Der Mann aus Meuselwitz
Wolfgang Hilbig übersetzen ist das Thema meiner Masterarbeit (2008). Dazu habe ich Prosa und Lyrik übersetzt und annotiert, und Essays über Übersetzen als Wissenschaft, Handwerk und Kunst geschrieben. Lesen Sie hier Vorwort und Einleitung.   

Universiteit Utrecht

 

jacht

De jager bespied
Een fotograaf reist heel Europa door op zoek naar de geheimen van de jacht. Dat levert tijdloze beelden op. Niet over doden, maar over een mens in het landschap, die zit en wacht op het wild, of het besluipt, als een dier.   

De Jager

 

select name from po_pages where id=%0A2

fout