begin over de auteur boeken vertalingen luisteren werkplaats tientjeslid links contact                 

Oerbos, park, of berm langs de A2

Blad: de Volkskrant
Datum: 2003-10-25
Beeld: Tijs van den Boomen

Savelsbos

Ik ben verdwaald. Het moest er natuurlijk een keer van komen, maar ik zou er mijn goede naam om hebben verwed dat het me niet in het Savelsbos zou gebeuren, want daar kun je niet verdwalen. Het Savelsbos is veel te smal.

Als je naar links kijkt schemert op de meeste plekken het open veld door de bomen, als je naar rechts kijkt ook. Ongewild raak je steeds weer uit het bos, en staat oog in oog met Maastricht, een grote cementfabriek of hoge velden. Het Savelsbos is een langgerekte slinger op de oostelijke helling van het Maasdal. Dwars door het bos lopen grubben, oftewel droogdalen of hollewegen van het hoger gelegen land naar de Maas. Een helder patroon. Maar dat is nu net het misleidende.
Na een middag in het bos wil ik nog even bij een laatste kalksteengroeve kijken, dat kan nog net voor het donker wordt. Ik parkeer aan de bosrand, laat mijn tas in de auto en loop snel het pad in, de helling op, van west naar oost, bovenlangs een grub, een bocht om, weer een grub.
Ineens weet ik niet meer of het de horizontale hoofdgrub is waar ik langsloop of een zijgrub. Bij een op borsthoogte uitgeschoten stronk van een es doop ik bezwerend mijn vingers in het kuiltje water, hier in rooms Limburg lijkt het meteen een wijwatervat. Ik loop naar het licht, kom bij een weiland en een maisstoppelveld. Als ik daardoor terugloop, moet ik weer bij de auto komen. Een ree springt weg en verdwijnt het bos in, een weiland verder moet ik de koeienvlaaien omzeilen, nog een weiland verder de koeien zelf. Ben ik op de heenweg echt zo ver gelopen?
Luister nou eens goed, maan ik mezelf, luister naar het geluid van de A2 dat je de hele middag probeerde te verdringen: het komt van links. En het zou van rechts moeten komen. Dan zie ik groot en oranje de maan opkomen op de verkeerde plek aan de horizon. Ik zit honderdtachtig graden verkeerd. Hoe is het mogelijk. In mijn poging de wereld weer goedom te zetten begint het me enigszins te duizelen, mijn evenwichtsorganen protesteren. Ogen dicht en omdraaien die kaart in mijn hoofd. Wie verdwaald is moet dezelfde weg teruglopen, weet ik. Braaf zet ik de pas erin. In het bos is het inmiddels donker. Ik struikel over takken en stammen, want het Savelsbos wordt natuurlijk beheerd, het is zelfs een natuurreservaat. Hoewel, zo regelmatig dwars over het pad, die zijn er neergelegd, om all terrain bikes uit het bos te weren. De hele middag heb ik al geen mens gezien, de regen kwam in woeste buien, maar in het duister is het toch nóg verlatener in het bos. Dan zie ik een zee van natriumlicht. Gronsveld, de A2, de bewoonde wereld. Lichte teleurstelling welt in me op. Nu is het alleen nog een kwestie van doorlopen.
Ik had natuurlijk ook de gekleurde paaltjes kunnen volgen, maar die zijn dungezaaid in het Savelsbos, bovendien ben ik daarvoor te eigenwijs. En had ik 's middags juist niet gejubeld dat er nauwelijks borden en richtingwijzers waren? Een verademing. Niet die dreiging van leermomenten achter elke boom, niet die permanente educatie opgedrongen door VVV of natuurbeschermers. Hier sta je plotseling voor een kalksteengroeve waar Maria zo zou kunnen verschijnen, uit het mergel steken scherpe vuursteenknollen. Even verder schermt een hoge afrastering een vervaarlijk diep gat in de grond af. Geen bord met uitleg, verzin zelf maar wat het is, of doe moeite en kijk in de boekjes. Het blijkt de Henkeput te zijn, een met klimop beklede trechter die kaarsrecht de grond in verdwijnt en in een groeve uitkomt.Nog verder kom ik ineens op een plateau, wat vreemd is in een hellingbos. In de rotswand zitten twee deuren. Als je goed kijkt zie je dat op een betonnen zuiltje een bronzen plaatje zit dat de instanties vermeldt die zich om de prehistorische vuursteenmijn bekommeren. Hier was dus het Grand Atelier, waar zo'n vijfduizend jaar geleden miljoenen kilo's vuursteen zijn gedolven, via schachten van wel zestien meter diep. Ter plekke werden hakken en bijlen gemaakt.
Onder het bos gaat een hele wereld schuil: behalve de onderwereld van de vuursteennijverheid uit de Nieuwe Steentijd zijn er knekelbergen uit de Bronstijd – waarvan één grafheuvel is vrijgelegd, met een paadje eromheen, een voetgangersrotonde in het bos – en dan zijn er nog de mergelgroeven waar tot begin vorige eeuw kalksteen werd gewonnen.
Vroeger was het bos veel groter, aan de randen zie je hoe de boomgaarden, akkers en weilanden zijn opgerukt. Pas waar de hellingen echt steil worden, bleef het bos bewaard. Maar ook daar bezweek het sinds de Middeleeuwen bijna door overbeweiding en houtroof. Pas begin vorige eeuw werd het Savelsbos meer met rust gelaten, Staatsbosbeheer deed na de oorlog de rest.
Wetenswaardigheden zijn het. Maar het mooist is het toch om als een Klein Duimpje in de diepte van de grubben te lopen. De Schone Grub, de Scheggeldergrub en grubben-zonder-naam. Het zijn smalle kloven, ravijnen bijna, met enorme oude bomen erlangs. Woudreuzen kun je ze gerust noemen, hun bladerkronen beginnen pas op zo'n vijftien meter hoogte en reiken dan nog eens tien meter hoger. Om de stammen te omvatten zijn wel drie volwassenen nodig. Langs de bomen loopt een netwerk van aders omhoog, soms wel armdik en harig als zachte borstels. Ze zien er zo levenskrachtig en woekerend uit dat je je in de jungle waant. Ook zijn er zuilen van klimop, waaronder de boomstammen schuil gaan. Als ik het hoofd in de nek gooi zie ik pas wie de gastheer is; hoog tegen de lucht tekenen zich de blaadjes af van de berk of de beuk, de es, eik of esdoorn, de tamme kastanje of nog andere loofbomen. Alleen als ik in de boekjes blader, dreig ik ontevreden te worden: je moet in het voorjaar in het Savelsbos zijn, dan is de bodem bezaaid met zeldzaamheden als de grote veldbies of het daslook, dat zich alleen in mei laat bewonderen. Ach wat, het is herfst en ik stuit op de mooiste uitgeschoten stobben die ik ooit zag, zomaar, zonder vermelding. Op een esdoornbodem tel ik vijfentwintig, merendeels boomdikke stammen. Ik wring me ertussendoor, sta in de boom, omringd door stammen, en nog is er ruimte over. Het Savelsbos mag dan wel een park zijn, schiet door me heen, met bankjes, picknickplaatsen en het gedreun van de snelweg, maar als je dat even vergeet is het net een oerwoud.

 
 

jacht

Ich schiesse Wildschweine, um sie zu essen
Ich esse meine Beute. Denn ich habe das Tier nicht einfach nur so getötet, aus Spass oder als Sport oder Hobby. Die Wörter passen nicht zu dem, was ich mache. Jagen ist ein Teil der Essenszubereitung. Und essen ist auch ein Ereignis, eine Geschichte, ei   

Neue Zürcher Zeitung

 

jacht

2. Kijken als een ree
Ik heb geen idee hoe een ree het landschap, zijn leefgebied ervaart. Hij heeft een panoramablik, weet ik, en hij kan met minder licht toe dan ik. En zo staan we tegenover elkaar. Maar of hij dat ook zo ziet: ‘tegenover elkaar’?   

Magazine Buit

 

Oost-Europa

Steden zonder geheugen
In het voetspoor van Isaak Babel trok Pauline de Bok samen met de slavist Aai Prins midden jaren negentig door de Oekraïne. Op zoek naar de verdwenen wereld van zijn verhalencyclus Rode Ruiterij en zijn Dagboek 1920.   

Uitgeverij Meulenhoff

 

jacht

1. Ein weites Feld
De eerste van een serie columns voor het Magazine Buit. Lees waarom ik jager werd en hoe dat mij nog dagelijks stof tot nadenken en tot schrijven geeft. Over de omgang met dieren en wat wij met hen delen.   

Magazine Buit

 

Oost-Europa

Wachten, wachten, wachten
Tien uur schatte de Litouwse douanier die de rij langsliep en klein grauw briefjes met kentekens en volgnummers uitreikte. Drie dagen zei een man in de file. We gokten op de douanier en besloten te wachten.   

Trouw

 

landschap en openbare ruimte

Het land van Lely
'Mooie titel, maar wie is Lely?' vroegen nogal wat mensen die over het manuscript hoorden. Moest de titel er maar aan geloven? Nee, het maakte duidelijk dat het tijd was voor een eerbetoon aan de man die Nederland zijn aanzien gaf - met 103 reisstukken.   

Uitgeverij 521

 

Duitsland

Blankow in het kort
`Ieder leeft met zijn eigen Blankow, dat maar ten dele dat van de anderen overlapt. Het mijne bestaat uit de verzamelde herinneringen van anderen, mijn eigen leven hier en dat van de hond. Ook de hond heeft zijn eigen Blankow.´   

Blankow

 

jacht

Jagen met droge ogen
Mijn eerste everzwijn heb ik geschoten met droge ogen. Sterker nog, ik was vervuld van een geluksgevoel dat ik niet kende. [...] en al snel kreeg het gezelschap van het besef dat ik definitief een grens had overschreden...   

de Volkskrant

 

landschap en openbare ruimte

De verklimopping van het landschap
We willen rustig wonen, dus rijden we steeds meer door tunnels en langs geluidwerende wanden. Kunstwerken & Kunstwerken onderzoekt de spagaat. Nederland, straks niet langer het land van de polders, maar het land van de groene wanden?   

Kunstwerken & Kunstwerken

 

jacht

Jagen, leven en lot
Had ik in de tijd van mijn grootouders geleefd, dan was ik al bezweken. Dat besef ik eens te meer sinds ik jaag. Veilig zijn we niet, het is vooral een kwestie van geluk of pech - van je lot. Gastcolumn   

Skipr

 

select name from po_pages where id=%0A2

fout