begin over de auteur boeken vertalingen luisteren werkplaats tientjeslid links contact                 

Huis met een verhaal

Blad: Eigen Huis Magazine
Datum: 2012-03-01

De stilte vult zich

De beslissing was eigenlijk te groot: vanaf het moment dat T. en ik ja zeiden tegen het huis, wist ik dat het voorgoed was. Ik had alleen voorlopige huizen gehad, ouderlijke huizen, studentenkamers, een kraakwoning. En nu verbond ik mijn lot aan een huis waar ik nooit meer vanaf zou komen. En het was niet eens een huis, het was de koeienstal van een boerderij, dertig bij elf meter, met een zolder vol hooi dat er al een halve eeuw lag, en een nok die elf meter tegen de lucht afstak. Rondom velden, het lege boerenland van het Duitse Mecklenburg. Het was nu of nooit, het asbest begon af te brokkelen, er moest snel een nieuw dak op. Want wat is een huis? Een huis is in de eerste plaats een dak. Quick en dirty dan maar: golfplaten van blik. Blikkerend blik, dat ik lopend door de velden van verre kon zien tussen het groen van de machtige eiken, essen en wilgen op het erf. Achteraf was het een geschenk: het zink kleurt mee met het licht en de lucht, onder inktzwarte wolken is het bleek, verblindend zilver in de zon, matglanzend in de maneschijn.

Wat is een huis in de tweede plaats? Warmte en beschutting, dus kwam er een tussenwand zodat de gietijzeren houtkachel de woonruimte warm kreeg, en een kook- en wasplaats. Dat is genoeg. Ik ben er vaak alleen, om te schrijven of te vertalen, om buiten te leven. Soms is T. ook in Mecklenburg, maar vaker is hij er alleen als heimwee. Ook daar ga je aan hechten, aan afstand en verlangen. Geen telefoon, geen internet. Als iemand niet ter plekke is, is er geen contact. Pas toen ik aan de stilte was gewend, begon ik te horen dat het hier vol met leven is, veel meer leven zelfs dan in het nieuwbouwappartement in de stad, waar we sinds kort wonen.

Ik slaap in de bakstenen voederbak naast de kachel en luister naar de marter die boven mijn hoofd trippelt, de muizen die scharrelen onder de houten vloer, de rat Henkie, die bij het keukenblok iets doorknaagt, en tegen het ochtendgrauwen het geritsel van de zangvogeltjes in de dakgoot, het blaffen van de reeën in de boomgaard en, als de aankondiging van het voorjaar, het rauwe krijsen van de kraanvogels. En dan, elk jaar in april, zijn ook de koekoek en de nachtegaal er weer. En als ten slotte de wielewaal arriveert, wordt het tijd de luiken van de hooizolder open te gooien en mijn zomerbed in gebruik te nemen. Waar in het donker de vleermuizen overheen scheren, om tegen de ochtend plaats te maken voor de verliefd kwetterende zwaluwen, en waar onafgebroken het kwaken van de kikkers en padden uit de omliggende poelen binnen komt waaien.

De dieren zijn hier thuis, de meeste zijn zelfs honkvaster dan ik. Ik ben de voorbijganger, de ongenode gast. En ik ben ze langzaamaan als mijn huisgenoten gaan zien. De marter heb ik dood tussen de planken van de zoldering gevonden omdat zijn kadaver zo stonk, en de laatste das ging deze zomer liggen sterven in het schuurtje, maar altijd nemen nazaten op een dag hun plaats weer in. Ik weet niet aan de hoeveelste generatie ik inmiddels toe ben, maar dat maakt niet uit. Elke rat heet weer Henkie.

In de loop der jaren heb ik nog veel meer huisgenoten gekregen, in de stilte ben ik op zoek gegaan naar sporen van mijn voorgangers, de eersten kwamen hier in 1827, een hele stoet volgde: heren en pachters, knechten en meiden, soldaten van de Waffen-SS en van het Rode Leger, ontheemden, vluchtelingen en kolchoz-medewerkers, stedelingen ten slotte. Geen van hen is én op ons erf geboren én er gestorven. Het was altijd een tijdelijke heimat, geleidelijk aan zag ik overal hun ingrepen en het erf raakte doordrenkt van hun verhalen, hun schuld en verdriet. Veel verdriet, want er is hier in bijna twee eeuwen veel geleden en veel verschrikkelijks gebeurd. En als ik om de stal loop en naar het westen tuur om te zien wat voor weer eraan komt, weet ik dat zij naar dezelfde hemel keken, ook zij hebben de sterren zien vallen en gewenst dat ze ergens anders waren of hier juist nooit meer weg hoefden. Ook zij hebben zich in de lente verheugd op de komst van de vogels, ze hebben appels, peren, kersen geplukt van dezelfde bomen als ik, bessenjam gemaakt van dezelfde struiken en walnoten geraapt, van de boom die nu zo oud is dat hij stervende is. Zij zijn er als vertrouwde schimmen bij alles wat ik doe.

Nog nooit heb ik met zoveel huisgenoten geleefd, en als ik een tijdje niet in mijn koeienstal ben, begin ik ze te missen. Ze maken deel uit van mijn leven en ik ben opgenomen in hun stoet. Als een bestemming.

Pauline de Bok is schrijver en vertaler. Over haar Mecklenburgse huis schreef ze Blankow of het verlangen naar Heimat dat ook in Duitse vertaling verscheen. Ze werkt nu aan een roman over een jaagster. www.paulinedebok.nl

 
 
 

 
 

jacht

Ik verlang naar de jacht
Interview op 1 november 2014 in de rubriek `Lunchen met...´ in NRC Handelsblad, na het verschijnen van mijn roman De jaagster. `Ik vond dat ik zelf moest kunnen jagen om er goed over te kunnen schrijven.´   

NRC Handelsblad

 

dood

Het einde vooraf regelen
Behandelverbod, niet-reanimerenpas, euthanasieverklaring, levenswensverklaring, zorgverklaring. Wat ondertekenen we eigenlijk? Over de reikwijdte en grenzen van schriftelijke wilsverklaringen. Met actuele verwijzingen.   

Uit&thuis

 

begraafplaatsen

Syrisch-orthodoxe begraafplaats
Ik lees al die exotische geboorteplaatsen: Midyat, Kefre, Al Hasakah, Beiroet, Mizizah Köyu. Gestorven zijn ze in Oldenzaal, Berlijn, Britsum, Antwerpen, Rijssen, Malmö, Hoofddorp, Keulen, Emmen. En nu liggen ze hier in Twentse aarde.   

de Volkskrant

 

jacht

Natuurvolgend bosbeheer en jacht
‘Natuurvolgend bosbeheer kan niet zonder effectief wildbeheer’, zegt de Wageningse hoogleraar Bosecologie Frits Mohren. ‘Mensen denken dat het bos er vanzelf is‘, een misvatting. Over een halve eeuw bosbeheer in Nederland..   

De Jager

 

jacht

Jagen mit trockenen Augen
April 2013 publizierte die Zeitung de Volkskrant meinen ersten öffentlichen Auftritt als Jäger. Und auch heute gilt für mich noch: »Wir jagen nicht, um über die Natur zu herrschen, sondern weil wir Natur sind.«   

de Volkskrant

 

bossen

Voorbij de tijd
Een bos mag best een sprookje zijn, maar je moet er ook kunnen griezelen. En dat kun je natuurlijk het beste in het donker. Ik loop over een pad met de naam Pas-op-weg, die vroeger berucht was om zijn struikrovers, en zie geen hand voor ogen.   

de Volkskrant

 

divers

Louis Zwiers (1)
Tango in het ouwemannenhuis
Waarin zijn vingers in het wildeweg de oude deuntjes op zijn accordeon proberen te vinden en hij monter zegt: `Ik sta de hele dag tot je beschikking.´   

ongepubliceerd

 

dood

Berichten van een naderend einde
Hoe leven mensen in het aangezicht van de dood? `Niemandsland´ is het eerste verhaal uit mijn boek over het sterven en de dood van vijf mensen. Elk sterven is anders, elk doodgaan is alledaags én onbevattelijk.   

Uitgeverij L.J. Veen

 

multicultureel

Migrantendochters in het nauw
Chloor drinken, in polsen snijden, kalmeringsmiddelen slikken. Migrantendochters plegen vaker zelfmoord en doen meer pogingen daartoe dan anderen. `Ik voelde me zo ongelukkig en depressief, ik wilde niet meer leven. Toen ging ik de eerste keer krassen.´   

Vrij Nederland

 

Oost-Europa

In het Balticum zegeviert het onland
Is het de avond, het late bleke licht dat alles ineens zo stil maakt? Het eenzame rammelen van de auto over de rechte steenslagwegen, de wolken stof die we achter ons opwerpen? Ja, en meer, het zijn de donkere dennenbossen...   

de Volkskrant

 

select name from po_pages where id=%0A2

fout