begin over de auteur boeken vertalingen luisteren werkplaats tientjeslid links contact                 

Blankow in het kort

Blad: Blankow
Datum: 2008-03-10

‘Ieder leeft met zijn eigen Blankow, dat maar ten dele dat van de anderen overlapt. Het mijne bestaat uit de verzamelde herinneringen van anderen, mijn eigen leven hier en dat van de hond. Ook de hond heeft zijn eigen Blankow. Ook als hij hier jaren niet zou zijn, zou hij weten dat hij aan het eind van het veld tussen de rij populieren door op de steiger van de Erlensee komt. De hond vergeet zoiets niet, ergens in zijn lijf is het opgeslagen. Maar dat wordt alleen aangeboord als hij hier is. Een hond heeft geen heimwee ­ denk ik.
’

Een vrouw uit Amsterdam strijkt neer op een boerderij in het lege noordoosten van Duitsland, met een hond. In de bouwvallen en de bodem vindt ze restanten van het leven van vorige bewoners en raakt langzaam in hun ban. Stukje bij beetje ontvouwt zich de geschiedenis van Blankow, dat begin negentiende eeuw werd aangelegd. Het voorwerk draagt nog de oude sporen van de lijfeigenschap, de sporen van de opkomst en ondergang van het naziregime. En van de arbeiders- en boerenstaat onder de vleugels van de Sovjetunie.


Archiefstukken en foto’s brengen de tijd naderbij dat de ongetrouwde broer en zus van de landheer op Blankow woonden. De vertelster volgt de weg van het daglonersmeisje dat er bij nacht en ontij door de landheer als bode op uit werd gestuurd. Ze luistert naar de verhalen van de kinderen van hereboer Grensling, leest de logboeken van de Duitse generaals en reconstrueert de inname van Blankow door het Rode Leger. Vluchtelingkinderen van toen vertellen over de barre tocht uit het Oosten en hun aankomst in Blankow. Ze hoort hoe ieder zijn eigen versie heeft van de illegale slacht ten tijde van de Sovjetbezttingsmacht. De door muizen aangevreten propagandafolders brengen de Koude Oorlog weer tot leven en gemeenteraadsstukken de strijd om de collectivering van de landbouw. Grensling wordt met zijn vee naar elders verdreven, LPG Blankow neemt zijn plaats in. Uiteindelijk spoort ze ook het echtpaar op dat de liefdesbrieven schreef die ze op zolder vond en die door de tijd weer zijn dichtgekleefd. 
Door de oral history, oude foto's en documenten krijgt Blankow langzaam een verleden. Tussendoor bewerkt de vertelster de aarde, loopt met de hond door de velden, leest, oefent zich in alleenzijn. Ze leeft met de voorbije levens van vorige bewoners, die allen slechts passanten waren. Nooit was het voorwerk iemands echte Heimat. Of het moet van Jakob Huffel zijn geweest, de Oost-Pruisische boer, de laatste bewoner, die in zijn nadagen om zich heen keek en zei: “Dat is al mien.”

De vertelster loopt over het pad langs de stal: ‘Ik zie in alles zijn hand. Het is of hij in een parallelle wereld naast me loopt. Dichtbij, de tijd tussen ons dikt in. Zijn zwijgen was sterk, veel sterker nog dan het mijne, want het had veel meer jaarringen. Ik ben slechts een beginneling.
’
In de maanden op het voorwerk dringt het leven zich zonder franje of stadse zin op: ‘Ik sla de hond gade, bespied hem, haal kunstjes met hem uit om te kijken hoe hij reageert. Ik zoek de overeenkomsten tussen ons, de verschillen. In mijn hoofd waart een zin rond: “Die Natur schlägt im Menschen ihre Augen auf und bemerkt, dass sie da ist.” Ik neem de hond waar, de eenzame kraanvogel, de natuur om me heen, de werkelijkheid, ik maak er deel van uit, ik ben natuur, in mij komt de natuur tot bewustzijn. Dat is alles. Maar wat zegt die uitspraak eigenlijk over de mensen, over de hond, over het witte hert in de roedel aan de bosrand, over voorwerk Blankow en de twee eeuwen leven hier?

’
De mensen dragen de last van de natuur, door hun bewustzijn weten ze waar het op uitdraait, alle levensdrift en streven. En ze weten dat hun bewustzijn hen in laatste instantie niet zal helpen. Dat is hun tragiek. Ze dragen de steen de berg op en weten waar hij zal belanden. ‘Soms wou ik dat ik een hond was.’

S T E M M E N   O V E R   B L A N K O W

Geert Mak:

‘Een boek vol doorgefluisterde geschiedenis, vol verbijsterde levens, een schitterend voorbeeld van slow journalism.’

Uit het juryrapport van de M.J. Brusseprijs 2008, bij monde van  Hans Maarten van den Brink, die samen met Emile Fallaux en Lieve Joris de jury vormde:

‘Met Blankow heeft Pauline de Bok een boek geschreven waarvan zij het non-fictiekarakter claimt, en de jury gelooft haar op haar woord, maar dit leest als een roman. Dat is een compliment. Het is altijd een waagstuk wanneer auteurs ook zichzelf, hun gevoelens en hun historie, op het spel zetten in hun rapportage. De Bok speelt dat spel met een hoge inzet en wint het met glans. Het onvermogen om te spreken over alles wat er in en om Blankow is gebeurd wordt fraai gespiegeld in suggesties over de achtergrond en de gemoedstoestand van de auteur zelf. Nergens wordt dat pathetisch, steeds bewaart zij de balans. Een zekere raadselachtigheid draagt uiteindelijk bij tot de grote kwaliteiten van dit boek dat boeit van begin tot eind.’

Barbara Mariacher, universitair docent literatuurwetenschap aan de universteit van Boedapest, Leiden en Amsterdam:

 ‘Ik ben laaiend enthousiast. Ik vind de taal ZEER mooi, het boek subtiel, treurig en grappig tegelijkertijd. Grappig is de schildering van de vertelster, haar relatie met de hond, passages als het wortels rooien. Ik ben onder de indruk van het leed dat de geschiedenis van Blankow oproept. En wat een heftig en tegelijk stil einde! Als het einde van een moderne symfonie, die alles weer open laat!

Fantastisch hoe al deze verschrikkingen van de geschiedenis – de algemene en individuele – zich in het beeld van de dode, door maden aangevreten marter verdichten, die de ik-figuur opdiept. Ik heb niet het gevoel alleen het gevoel een tijdlang op Blankow gewoond te hebben, maar zelf van zo’n Blankow, een Oostenrijks weliswaar, te stammen.’

Aukje Holtrop, VPRO Radio:

'...wat ik heel boeiend vind, ze gaat de geschiedenis van dat landgoed na... een heel mooi beeld van Midden-Europa, toegespitst op Duitsland vanaf 1820 tot nu, ze heeft dat heel mooi uitgezocht, hoe dat dan ging... 't is vreselijk unheimlich, maar het is tegelijkertijd ook zo romantisch als je je voorstelt hoe die mensen daar hebben gewoond...'

O V E R   D E   A U T E U R

Pauline de Bok (1956) studeerde in de jaren zeventig theologie en filosofie. Nieuwsgierig gemaakt door haar hoofdvak sociaal-politieke filosofie (met als bijvakken cultuurfilosofie en publicistiek), bezocht ze tijdens haar studie en daarna geregeld landen achter het IJzeren Gordijn. Sinds begin jaren tachtig werkt ze als journalist en schrijver. Ze schreef verhalen, maakte series en radiodocumentaires over onder meer Cambodja, Vietnam, Berlijn en de DDR, het Odessa van Isaak Babel en Paustovskij, en het Kiev van Boelgakow. 
Bij uitgeverij Meulenhoff verschenen van haar hand: Steden zonder geheugen ­ In het voetspoor van Isaak Babel, 1996; Doodsberichten, waarin ze vijf terminaal zieke mensen in de periode voor hun dood portretteert, 1999; en Stof tot stof ­ Begraafplaatsen in Nederland, 2003; bij uitgeverij 521 verscheen in 2005 Het land van Lely ‹ Reisboek in 103 stukken, medeauteur Tijs van den Boomen. En bij uitgeverij L.J. Veen: Blankow of het verlangen naar Heimat.
De auteur ontving voor Blankow een werkbeurs van het Nederlands Fonds voor de Letteren.
In 2008 werd Blankow genomineerd voor de M.J. Brusseprijs voor het beste journalistieke of non-fictie boek.

In 2007 behaalde Pauline de Bok een bachelor Duitse taal en cultuur aan de Universiteit van Amsterdam (cum laude). Vanaf september 2007 doet ze een master vertaalwetenschappen en literair vertalen Duits aan de Universiteit Utrecht. Ze woont in Amsterdam en sinds 2000 een gedeelte van het jaar in Mecklenburg-Vorpommern.

Blankow of het verlangen naar Heimat Pauline de Bok
Uitgeverij L.J. Veen, Amsterdam, 2006
280 pagina's
ISBN 90 204 0570 5
Genre: literaire non-fictie

NU OOK ALS E-BOOK bij Uitgeverij Atlas Contact

 
 

jacht

Een schot in de stilte
Voor het dubbeldikke zomernummer van De Groene Amsterdammer, thema »Dieren & wij«, schreef ik een essay over het moderne jagen: deel zijn van de natuur, duurzaam vlees en toegepaste natuurbescherming.   

De Groene Amsterdammer

 

parken

Tweedehands park
Het avontuurlijkste park van stadsdeel Leidsche Rijn moest het worden. `Je moet ervoor zorgen dat in een nieuwbouwwijk niet alles veilig is, dat wordt zo saai, dat is vreselijk.´ Maar dat mislukte, de bewoners willen een normaal park voor hun deur.   

de Volkskrant

 

parken

Het geheime land van Joey van Kreel
Week in week uit werd er vergaderd, er werden maquettes gemaakt, de eerste fase was al uitgevoerd, en toen werd er een vat zoutzuur gevonden. `Een gifslang onder het gras.´ De bewoners vormden een `Gifkomitee´...   

de Volkskrant

 

Oost-Europa

In Estland zingt de taal
Eigenlijk is het een wonder dat Estland bestaat. Een land met 1,4 miljoen inwoners, een taal die nauwelijks familie heeft en die slechts door één miljoen mensen wordt gesproken. Maar wel een taal die zingt en de blik naar het noorden drijft.   

de Volkskrant

 

polders

Koeien in de kerk
Vanaf de brug over het Julianakanaal gaat een haarspeldweg naar beneden. In de diepte ligt Itteren. Een dorpje dat al eeuwen dapper weerstand biedt tegen het water van de Maas.   

de Volkskrant

 

Oost-Europa

In het Balticum zegeviert het onland
Is het de avond, het late bleke licht dat alles ineens zo stil maakt? Het eenzame rammelen van de auto over de rechte steenslagwegen, de wolken stof die we achter ons opwerpen? Ja, en meer, het zijn de donkere dennenbossen...   

de Volkskrant

 

begraafplaatsen

Begraafplaats Buitenveldert
Zou ik hier willen liggen? vraag ik me af. Donkere luchten komen aangejaagd, het begint te hagelen. Met een paar mensen schuilen we onder een afdakje. Het is wel lawaaiig hier, aarzel ik. Dat hoor je toch niet meer als je dood bent, vinden de anderen.   

de Volkskrant

 

divers

Louis Zwiers (2)
Regen en verdriet
Waarin we zijn vrouw in de rolstoel mee uit wandelen nemen, overvallen worden door tranen om haar dode moeder en bij de slijter een paraplu lenen.   

ongepubliceerd

 

jacht

Nacht in het jachtveld
Een jachtjaar lang woon ik in het oosten van Duitsland, waar ik aan mijn boek Buit werk. Ik woon er midden in het jachtveld waar ik jaag. Voor het blad De Jager schreef ik een reportage over de nacht.   

De Jager

 

Oost-Europa

Het huis van Boelgakov
In Kiev staat het ouderlijk huis van Michail Boelgakov. Huisnummer 13. Dat past uitstekend bij de wrangvrolijke dubbele bodems in het werk van de schrijver. Met vertaalster Aai Prins waan ik me in de roman De Witte Garde.   

de Volkskrant

 

select name from po_pages where id=%0A2

fout